Mijn werkdag 
De dag meelopen met dokter Oudijk
Het vakgebied van de longarts wordt ‘longgeneeskunde’ genoemd. De longartsen onderzoeken, behandelen en begeleiden mensen die lijden aan aandoeningen van de luchtwegen en van de longen. Het is nog donker als ik van huis vertrek. Er is droog weer voorspeld, dus valt de keuze op de fiets. Ik heb een hekel aan natregenen, zeker op de heenreis. Met koude handen kom ik bij het ziekenhuis aan. In de hal en in de gang naar mijn kamer zijn veel mensen al op hun post. Dat levert veel ‘goedemorgens’ op en tegelijk een vertrouwd gevoel: ‘we zijn
er weer’.
Ochtendrapport
De dag begint met het ochtendrapport. Alle patiënten die de afgelopen 24 uur zijn opgenomen, worden besproken. Een mevrouw met een longontsteking is heel ziek en krijgt een infuus met antibiotica. Ongevraagd meldt ze dat ze nu echt wil gaan stoppen met roken. Dat lijkt me een heel goed plan. Twee patiënten met COPD hebben door een infectie veel last van hoesten en benauwdheid. Een infuus met Prednisolon, extra zuurstof en vernevelmedicijnen brengen snel goede verbetering.
Een oudere man met emfyseem van de longen - de rek is eruit - is opgenomen met heftige benauwdheid. Hij wordt geholpen met een beademingsapparaat. Via een doorzichtige kap op zijn hoofd krijgt hij lucht en zuurstof toegediend met overdruk. De kap is niet prettig maar het helpt hem goed. Hij heeft ook weer een beetje kunnen slapen. Tot nu toe heeft hij het gevecht tegen de sigaretten niet kunnen winnen. Was er maar iets waarmee we mensen snel en eenvoudig van deze verslaving kunnen afhelpen. Er zijn daarvoor veel hulpmiddelen maar de wil van de mens zelf blijft het belangrijkste.
Behandelkamer
|
|
|
Collega van dokter Oudijk, longarts De Bruijn voert een bronchoscopie uit in de behandelkamer
|
Na deze bespreking begint het werk op de behandelkamer. Er staan drie patiënten op het programma voor een bronchoscopie en bij één moet een pleurapunctie (punctie van vocht tussen de longen) gedaan worden. Hoewel alle patiënten gespannen zijn, verlopen deze onderzoeken goed. Achteraf blijkt het ook wel weer mee te vallen. Nog steeds geldt: ‘de mens lijdt ‘t meest onder ‘t lijden wat men vreest en nimmer op komt dagen’. De tweede helft van de ochtend loop ik visite op de verpleegafdeling met de zaalarts en de verpleegkundige. Alle opgenomen patiënten worden besproken en daarna gaan we gezamenlijk langs de patiënten om te horen hoe ze zelf vinden dat het gaat. We bespreken onze plannen. Naar huis, nog een onderzoek, een ander medicijn, nog onzekerheid over de diagnose. Voor iedere patiënt is er een speciaal woord nodig: moed houden; het gaat goed; het valt niet mee, maar hou vol en vooral troost want ziek zijn en in het ziekenhuis verblijven is voor niemand prettig.
Extra informatie |

