Brace
Een brace wordt meestal gebruikt ter ondersteuning. De brace werkt als volgt: door de druk van de brace, houden de spieren de breuk op de plaats. Daarom is het dus uiterst belangrijk dat u de brace altijd stevig aantrekt. Maar u moet de brace niet zo strak aantrekken dat de voet of hand blauw wordt. Of dat er een dof of tintelend gevoel optreedt. Wel moet de brace zo stak zitten dat hij niet meer kan verschuiven.
Te groot
Omdat de spieren niet meer werken, wordt uw arm of been na een tijdje dunner. Hierdoor wordt de brace te groot en raken de randen van de brace elkaar. Op dat moment moet u uw hand of voet niet meer belasten en contact opnemen met de
gipskamer. De brace kan dan eenvoudig kleiner gemaakt worden.
Waar moet u op letten?
Gedurende de hele periode dat u de brace draagt moet u de enkel, schouder, elleboog, pols of hand goed bewegen. Dit is noodzakelijk voor een goede bloedcirculatie, het voorkomt zwelling en versnelt de botgroei. De bewegingen mogen geen pijn veroorzaken ter hoogte van de breuk.
Onderbeenbrace
Bij een onderbeenbrace houdt u de enkel soepel door de voet zover mogelijk naar u toe te trekken en te strekken.
Boven armbrace
Bij een boven armbrace mag u uw arm niet heffen. De schouder houdt u soepel door voorover te leunen en een cirkelvormige beweging te maken met de schouder. Draai ook de andere kant op.
Vragen
Bij vragen of klachten van het gips kunt u contact opnemen met de gipskamer, bij voorkeur tussen 09.00 en 11.00 op telefoonnummer: (0318) 43 58 73.
Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de afdeling Spoed Eisende Hulp op telefoonnummer: (0318) 43 37 00
Extra informatie |


