Een stage op de kinder- en jongerenafdeling

Dorien Buitenhuis is vierdejaars stagiair HBO-V op de kinder- en jongerenafdeling. Ze loopt zeventig dagen stage in twintig weken. Een leuke en leerzame tijd. Op de afdeling draait ze vooral dagdiensten, waardoor ze ruimte heeft om thuis nog te leren en opdrachten te maken. Dorien geeft je een kijkje in haar werk.

Slideshow

Aan het begin van de dag wordt de informatie van de nacht overgedragen. De nachtdienst vertelt wat ze hebben gedaan en wat er is gebeurt. Daarna ga ik in het Elektronisch Patiënten Dossier de rapportages lezen. Dan weet ik wat ik deze dag moet doen en wat er is afgesproken met de patiënt. Voor mijn opleiding moet ik veel verdieping zoeken. Mijn leerdoel is om bij het lezen van de rapportages meer verdiepend te denken. Als er iets gebeurt moet ik denken; wat is er aan de hand en waar moet ik op letten?
Hier kijk ik op mijn briefje. Dat doe ik heel vaak op een dag. Daar staan mijn patiënten op en tijdens het rapportages lezen schrijf ik daar op wat ik moet doen. Als ik iets gedaan heb zet ik er een kruisje achter. Er zijn twee zalen waarop maximaal zes patiënten liggen, ik heb maximaal drie patiënten onder mijn hoede. Als stagiair loop je altijd stage op de zalen. Daar liggen kinderen die meestal niet heel erg ziek zijn.
Om acht uur ga ik medicijnen delen. Ik leg dan de medicijnen voor de hele dag klaar zodat ik ze, als ik ze daarna nodig heb, makkelijk kan pakken. Op de zaal sta ik altijd met een andere collega. Dat is mijn begeleider. In het begin had ik één patiënt of liep ik alleen mee. Dat heb ik langzaam opgebouwd, door meer patiëntenzorg te doen. Maar je kan altijd terugvallen op je collega, ze staan heel erg open voor vragen. Elk klein ding kun je vragen. Hoe meer vragen je stelt hoe meer ze weten waar je mee bezig bent. Er is hier een open leer klimaat.
Hier maak ik een praatje met een patiënt. Ik vind het belangrijk om af en toe even binnen te vallen en een praatje te maken. Het is ook goed om voor de psyche van de jongeren te zorgen. Soms hebben ze het niet naar hun zin en dan is het de uitdaging om toch een lach om hun gezicht te krijgen. Dat vind ik echt leuk. Daar doe ik echt mijn best voor.
Hier ben ik aan het visitelopen met de kinderartsen. Maar door de dag heen doe ik dat ook met chirurgen en KNO artsen. De artsen komen vragen hoe het gaat en hoe het kind is. Of ze vragen of het kind dingen nodig heeft. Meestal spreken we dan een beleid af van wat er moet gebeuren. De chirurgen lopen gelijk even langs de patiënten.
Hier ben ik bezig met het infuus. Ik controleer hoe het er in zit, of het nergens lekt en hoe hard het loopt. Dit is een verpleegtechnische handeling die je aan het eind van je stage moet kunnen van school. Op de afdeling mag je pas met een infuus werken als je een rekentoets haalt. Zeker bij kinderen en jongeren komt de hoeveelheid medicijnen heel precies. Dat hangt namelijk af van het gewicht van het kind. Een klein kind heeft iets anders nodig, dan een groot kind. En dat moet je kunnen berekenen. Het duurde even voordat ik mijn toets had gehaald. Daarom moest ik in het begin hulp vragen van collega’s bij bijvoorbeeld het uittrekken van een T-shirt als een kind een infuus had.
Op deze afdeling haal ik het kind in mijzelf naar boven. Ik ben hier niet alleen om serieus te leren, maar ook voor mijn plezier. Omdat ik dit vak leuk vind. Ik hou wel van een geintje, vooral met patiënten. Het is niet goed om alleen maar kommer en kwel te hebben. We doen ook leuke dingen. Ik heb een keer een sneeuwpop op een dienblad bij een patiënt gebracht of een watergevecht gehouden.
Ook thuis ben ik voor stage bezig. Want naast stagelopen, heb je ook stagetoetsen. Dat zijn opdrachten waarvan ik verslagen moet maken. Je moet laten zien dat je competent bent in vijf rollen. Ik heb bijvoorbeeld een enquête gemaakt voor de kinderdagbehandeling. Daarvoor moest ik wel veel literatuurstudie doen en daar moet ik thuis mee aan de slag. Dat vind ik allemaal best veel. Je bent altijd met stage bezig. Soms zit ik op de bank tv te kijken en dan denk ik; eigenlijk moet ik dit of dat nog doen. Maar al met al vond ik het een leuke, leerzame stage.