Maak een afspraak


Leerlingverpleegkundige Robbie Sweers

Robbie Sweers maakte de overstap van de bouw naar de zorg. Een bijzondere switch. Hij vertelt enthousiast over zijn werk en nieuwe (werk)situatie. Klik op de foto voor een vergroting.

Slideshow

’s Ochtends begin ik de dag met het lezen van verpleegdossiers. In het verpleegdossier staan rapportages en informatie over het ziektebeeld en het behandelplan van de patiënt. Dit doe ik samen met een collega. Hij of zij heeft de dienst voor mij gewerkt en vertelt de belangrijke punten voor mijn dienst. Ik maak hier ook aantekeningen van op mijn werkbriefje. Dit noemen we de overdracht.
Vooraf zag ik alleen op tegen het wassen van patiënten. Achteraf onnodig. Tijdens het wassen ben je op zoek naar huidbeschadigingen, vochtophopingen en van allerhande symptomen die informatie kunnen geven over de gezondheid van de patiënt. Het is de kunst om in gesprek te blijven met de patiënt om deze op zijn of haar gemak te stellen. Vaak heeft de patiënt enkel een hulpje nodig. Vele handen maken licht werk!
Injecteren valt onder de verpleegtechnische handelingen. De theorie en handelingen leer je op school. Nu mag ik het in de praktijk onder begeleiding van mijn werkbegeleider uitoefenen. Wanneer ik ook in de praktijk bewijs dat ik het kan mag ik het zelfstandig uitvoeren. Het bereiden van medicatie vergt veel rekenwerk. Voor medisch rekenen moet je dan ook een 10 als cijfer halen.
Ik moet patiënten dagelijks monitoren op vitale functies. De tensiemeter is een hulpmiddel bij het meten van de bloeddruk en het meten van het aantal hartslagen per minuut. Een arts kan aan de schommelingen van de bloeddruk vaak van alles zien. In acute situaties word altijd meteen naar de tensiemeter gegrepen. Een patiënt in shocktoestand door inwendig bloedverlies zal een dalende bloeddruk met een snelle pols tonen. We moeten dan als medisch team snel handelen.
Na de middagpauze houden we een evaluatiemoment in de teampost. Dit noemen wij een pittstop. Hierin overleggen we hoe het werk tot nu toe loopt. Is het zo dat ik denk dat ik hulp nodig heb, dan kan ik vragen of er iemand bijspringt of andersom. De werksfeer op deze afdeling (kippenhok) is erg leuk, iedereen werkt hard mee aan de kwaliteit van zorg. Wanneer je iets wil leren is niemand te beroert om hier in te investeren.
Het was 15 jaar geleden dat ik voor het laatst in de schoolbanken zat. Het was daarom wel even wennen aan het begin. Gelukkig hadden veel van mijn klasgenoten dit ook. Ik zit in een klas met veelal mensen die hiervoor wat anders deden. Met mijn 34 jaar ben ik zelfs niet eens de oudste. Er zijn er nog twee die een paar winters ouder zijn. In de lessen kan ik makkelijk meekomen. Het menselijk lichaam is zo boeiend en complex dat je nooit raakt uitgeleerd.
Wanneer ik ’s avonds naar huis rij heb ik het gevoel dat ik van betekenis ben geweest. Het mooie aan een werkdag vind ik dat je van te voren niet kunt voorspellen wat er allemaal gaat gebeuren. Het contact met de patiënten vind ik het leukst. Patiënten vertellen graag over hun leven en dat levert mooie gesprekken op. Als je in het ziekenhuis ligt heb je soms gewoon even behoefte aan een praatje en een grapje. Ik ben tevreden over de verpleegkundige zorg wanneer de patiënt tevreden is.
De arts ziet de patiënt meestal maar één keer per dag. Daarom draag je tijdens de doktersvisite de informatie over zodat de arts weet hoe het met de patiënt gesteld is. Eventuele wijzigingen in het behandelplan en andere afspraken noteer je in het dossier. De eerste keer dat ik een artsvisite mee maakte, klonk het als abracadabra. Mede door de anatomie en pathologie lessen op school kan ik ze inmiddels wel aardig volgen.
’s Middags schrijf ik een rapportage over de patiënten die ik heb verpleegd. Dit doe ik aan de hand van observatiepunten. Iedere patiënt heeft een ander ziektebeeld en zal op specifieke observatiepunten gerapporteerd moeten worden. Dit beschrijf ik op een concrete manier zodat de volgende dienst een goed beeld krijgt over de toestand van de patiënt. Het behandelplan stel ik zo nodig bij en plan ik door naar de volgende dag.
Zo mijn werkdag zit er op. Ik ga naar huis naar mijn vrouw en kinderen en val met mijn kop in de soep van uitputting.(misschien iets overdreven). Mijn gezin staat helemaal achter mijn switch van de bouw naar de zorg. Voor hen was het natuurlijk ook wel even wennen. Ik draai nu ook weekenddiensten, maar doordeweeks haal ik de schade weer in voor mijn gezin. Voor school werk ik vaak ’s avonds als de kinderen op bed liggen. Ik probeer iedere dag een uur wat te doen. Dit lukt niet altijd, maar ik lig op schema.