Schildklierfunctie
Geplaatst op donderdag 24 maart 2011 (archief)
Casus: Een patiënt wordt behandeld voor hypothyreoïdie met Thyrax en komt bij u op controle. De patiënt heeft geen klachten. Het fT4 (vrij T4) is 29 pmol/L terwijl het daarvoor rond de 19 pmol/L was. Het TSH is volstrekt normaal. Wat doet u?
Thyroxine (T4) en Trijodothyronine (T3) worden geproduceerd door de schildklier. Er wordt ongeveer 90% T4 geproduceerd en ongeveer 10% T3. Het T4 is vergeleken met T3 relatief inactief, maar kan in de lever en andere weefsels worden omgezet in het veel actievere T3. In bloed is een klein percentage T4 aanwezig als vrij hormoon: circa 0,03% is ongebonden. Alleen dit vrije T4 (fT4) is in staat om hormonale werking uit te oefenen. Het overgrote deel is gebonden aan eiwitten, vooral het thyroxine-bindend eiwit (TBG).
Beoordeling van de schildklierfunctie met laboratoriumbepalingen
In het laboratorium wordt fT4 bepaald om, in combinatie met TSH, de functie van de schildklier te beoordelen. Het fT4 wordt immunochemisch bepaald, dat wil zeggen dat er antilichamen in het reagens aanwezig zijn om het fT4 te kwantificeren. De kracht van immunochemische bepalingen is dat relatief veel monsters geautomatiseerd gemeten kunnen worden. Met interne en externe kwaliteitsbewaking wordt de bepaling gecontroleerd en zo nodig bijgestuurd. De moeilijkheid van de fT4 bepaling is dat het in vivo evenwicht T4-fT4 behouden moet blijven op moment dat de fT4 gemeten wordt. Het is namelijk bekend dat zeldzame vormen van albumine, waarbij de bindingscapaciteit van albumine voor T4 verhoogd is, verhoogde fT4 resultaten kunnen geven zonder dat de patiënt hyperthyreoïdie heeft of dat de TSH afwijkend is. Dit beeld wordt familiaire dysalbuminemische hyperthyroxinemie (FDH) genoemd1. Andere oorzaken voor interferentie in de fT4 bepaling zijn auto-antilichamen tegen T4. Dit kunnen antilichamen zijn welke gericht zijn tegen T4 maar waarvan de patiënt zelf geen last hoeft te hebben (bijvoorbeeld: verhoogde prolactine waarden als gevolg van ‘macroprolactine’ = binding van auto-antilichamen tegen prolactine). Het is ook bekend dat heterofiele antistoffen interfereren in de bepaling.
Voor T3 geen plaats bij de beoordeling van de schildklierfunctie
Het vrije T3 is in de praktijk vrijwel onmogelijk te meten, daarom kan alleen het totale T3 bepaald worden. Deze totale T3 bepaling is op zich weer zeer afhankelijk van de hoeveelheid aan eiwit gebonden T3. Specifieke situaties (onderdrukt TSH bij normaal FT4) daargelaten is er geen plaats voor een T3 bepaling bij de beoordeling van de schildklierfunctie.
Onverwachte uitslagen?
Kortom, immunochemische bepalingen hebben een belangrijke plaats binnen de klinische chemie voor het kwantificeren van hormonen en tumormarkers. De keerzijde van deze bepalingsmethode is dat onverwachte uitslagen mogelijk veroorzaakt zouden kunnen worden door interfererende stoffen die mogelijk in het bloed van de patiënt aanwezig zijn. Mocht u patiëntenresultaten beoordelen die u niet kunt verklaren is het belangrijk zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de dienstdoende Klinisch Chemicus zodat we eventueel extra onderzoek kunnen in zetten.
Overig nieuws
- Komen en gaan april 2012 (27 april 2012)
- Longartsen starten met TelePulmonologie (27 april 2012)
- Nieuwe tijdelijke hoofdingang (27 april 2012)
- Winnaar Beste Idee: Pee & See (27 april 2012)
- Topzorg predicaat voor tonsillectomie (27 april 2012)
- Borstvoedingscertificaat verlengd (27 april 2012)
- Samenwerking hoog complexe chirurgische behandelingen (27 april 2012)
- Amice Suzanne van Dinther (27 april 2012)
- Vrijwilligers Toon Hermans Huis bij oncologie (26 april 2012)
- Hoogleraar longgeneeskunde in Ziekenhuis Gelderse Vallei (26 april 2012)

