Aandachtspunten centraal veneuze katheter

Er zijn diverse aandachtspunten voor centraal veneuze katheders.

Lumen

Aan het deel van de kathether buiten het lichaam zitten één of meerdere uiteinden, ook wel lumen of kanalen genoemd.  

Elk lumen kan afgesloten worden met een dopje, of aangesloten worden op een infuus. Op elk lumen zit een klemmetje waarmee deze open en dicht worden gezet. De uiteinden van de lumen zijn vaak verschillend van kleur om ze makkelijker uit elkaar te houden. Het aantal lumen hangt af van de behandeling. Reserveer 1 lumen speciaal voor de toediening van de totale parenterale voeding.

Doorspuiten

De centraal veneuze katheter moet doorgespoten worden met TauroSept®. Dit voorkomt bacteriegroei in de katheter en verstopping door een bloedstolsel. Het systeem moet na afsluiten van de parenterale voeding en/of vocht doorgespoten worden met deze oplossing.

Is de centraal veneuze katheter niet in gebruik? Dan moet deze 1 keer in de 14 dagen worden doorgespoten met TauroSept®. De verpleegkundige van het specialistisch team van de thuiszorg voert deze handeling uit.

Complicaties

Bij gebruik van een centraal veneuze katheter kunnen complicaties optreden, zoals infecties, verstopping of een luchtembolie. Aarzel niet om bij vragen contact op te nemen.

Infectie

Bij de insteekplaats van de katheter kan een ontsteking ontstaan. Zijn er bacteriën via de katheter in de bloedbaan gekomen? Dan is er risico op een infectie. De verschijnselen zijn koorts en/of koude rillingen en een grieperig gevoel. Controleer of u koorts heeft. Neem daarna onmiddellijk contact op met een arts en meld dat u een centraal veneuze katheter heeft. Behandeling met antibiotica is waarschijnlijk noodzakelijk. Soms moet de katheter worden verwijderd, als dit de bron van de infectie is.

Verstopping

De katheter kan verstopt raken door een bloedpropje. Neem dan onmiddellijk contact op met een arts. Forceer niets. Als er druk op de katheter wordt gezet, kan het propje in de bloedbaan terechtkomen. Dit kan een trombosearm of een longembolie veroorzaken.

Luchtembolie

Wanneer de katheter niet goed is afgesloten, bestaat er kans op een luchtembolie: het aanzuigen van veel lucht in de bloedbaan. Gebruik daarom altijd de bionecteur. Een luchtembolie kan benauwdheid veroorzaken. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met een arts.

Verwijderen

De centraal veneuze katheter kan worden verwijderd als toediening van parenterale voeding niet meer nodig is. De Hickman katheter wordt op de operatiekamer óf polikliniek door de chirurg verwijderd. De PICC wordt door de hoofdbehandelaar verwijderd. Soms moet de katheter eerder worden verwijderd indien er een infectie optreedt of de katheter is verstopt.

Voorkomen van complicaties

Onderstaande aandachtspunten zijn van belang ter voorkoming van complicaties:

  • bloedafname via de katheter gebeurt alleen bij uitzondering. Een bloedafname vergroot het risico van infectie of het ontstaan van stolsels via de katheter. Het beste is bloed af te laten nemen via de arm (niet de arm waarin de PICC lijn zit) . Dit beperkt de kans op lijnsepsis (bloedvergiftiging via de katheter)
  • verzamel de gebruikte naalden in een speciale naaldencontainer
  • vervang 1 keer per 24 uur het toedieningssysteem
  • draag een mondmasker of laat een ander de katheter verzorgen als u verkouden bent

Bij vragen of klachten

De eerste 24 uur na het plaatsen van de centraal veneuze katheter blijft de chirurg verantwoordelijk. Daarna neemt de hoofdbehandelaar het over.

Zijn er acute problemen opgetreden tijdens de eerste avond of nacht na de ingreep? Neem dan contact op met het ziekenhuis.

Is parenterale voeding thuis aan de orde? Dan verzorgt het voedingsteam van Ziekenhuis Gelderse Vallei de begeleiding en is uw hoofdbehandelaar verantwoordelijk.

Neem direct contact op bij:

  • koorts boven de 38,5°C
  • koude rillingen
  • plotselinge benauwdheid

Neem in de volgende gevallen ook contact op met de voedingsverpleegkundige:

  • bij problemen met doorspuiten of de lijn niet meer doorgankelijk is
  • bij roodheid, pijnklachten en sterkere zwelling en/of pus rondom de insteekopening (de eerste dagen na het inbrengen zijn roodheid en gevoeligheid normaal)
  • als er vocht of pus uit de insteekopening komt
  • bij beschadiging van de lijn (zoals een gaatje of barst)
  • bij pijn in de nek, arm of tussen de schouderbladen tijdens toediening van vloeistoffen via de lijn
  • bij kortademigheid, hoesten of pijn ter hoogte van de borstkas