Cortrak sonde

Een cortrak sonde is een hulpmiddel om de sonde voorbij de maag tot in de dunne darm in te brengen. Zo’n sonde wordt geplaatst als de maag (tijdelijk) niet in staat is om voedsel te accepteren of om medicatie toe te dienen die anders afgebroken wordt in de maag.


Een cortrak is geel van kleur en heeft centimeter aanduiding op de sonde. Cortrak sonde kan 6 tot 8 weken blijven zitten.  De sonde heeft een diameter (charrière) 10 en is van van PUR (Poly-Urethaan).

  Een neusjejunumsonde wordt geplaatst wanneer niet via de maag gevoed kan of mag worden.

De plaatsing van een cortrak sonde wordt binnen Ziekenhuis Gelderse Vallei uitgevoerd door gespecialiseerde verpleegkundige, de voedingsverpleegkundige. Het plaatsen van de sonde kan klinisch of op de poliklinisch van de maag lever darm ziekten. U hoeft niet nuchter te zijn.

De darm is gewend om voeding in kleine porties vanuit de maag aangeboden te krijgen. Grote hoeveelheden sondevoeding die in één keer in de darm komen, kunnen veel klachten geven, zoals buikpijn en diarree. Bij deze sonde is het daarom van belang dat sondevoeding wordt toegediend met behulp van een voedingspomp.

Kan voorkomen dat de tip (uiteinde van de sonde) van de cortrak in de maag terecht is gekomen. Er treden dan vaak klachten op als misselijkheid en/of braken. Standaard controle is niet nodig. Om te controleren of de sonde nog goed ligt in de thuissituatie kan er door  middel van een pH stip en het optrekken van aspiraat( vocht opgetrokken uit de sonde).  Als de pH boven de 5,5 is, ligt de sonde in de darm. Als de pH 5,5 of lager is, kan de tip (einde van de sonde) terug gekruld zijn naar de maag. Neem dan contact op met de voedingsverpleegkundige. De Voedingsverpleegkundige kan met de meegegeven voerdraad controleren of de sonde zich nog op de juist plek bevind.

Let op: Als u thuis een cortrak sonde heeft, heeft u ook een voerdraad mee gekregen. Neem deze voerdraad altijd mee naar de poli van de voedingsverpleegkundige

Verstopping

Een cortrak sonde is een dunne en lange sonde. De kans op verstopping is groot. Probeer zo min mogelijk fijn gemalen medicatie door de sonde te geven maar overleg met de arts of apotheker of er een vloeibare of andere toedieningsvorm bestaat.

Spuit de sonde minimaal 6 keer per dag met warm water. Ondanks veelvuldig doorspuiten kan het voorkomen dat de sonde verstopt raakt.

Indien verstopt 

  • probeer de sonde door te spuiten met een  20 of 10 ml spuit met handwarm water. Maak met een spuit een pompende beweging
  • rol de sonde eens door de vingers als voeding aangekoekt zit. Spuit door met hand warm water en herhaal dit nogmaal
  • probeer na te gaan waardoor de verstopping veroorzaakt is   
  • mocht het niet lukken de sonde open te krijgen, laat de sonde zitten en neem contact op met de voedingsverpleegkundige

Let op

Voer de meegegeven voerdraad nooit zelf door de een sonde om de verstopping op te lossen. Neem contact op met de Voedingsverpleegkundige.

Gebruik geen kleiner spuitje dan 10 cc om de sonde open te krijgen. Kleinere spuitjes kunnen de druk in de sonde zo verhogen dat er een gaatje in de sonde kan komen.

Verlies van de sonde

Het kan gebeuren dat onbedoeld de sonde verwijderd wordt door ergens achter te blijven hangen. Als de sonde er niet helemaal is uitgekomen, verwijder de sonde dan helemaal. Het kan ook voorkomen dat door braken de sonde er via de mond uitkomt. Stop het toedienen van de sondevoeding. Maak de geval de pleister op de neus los en trek dan de sonde via de neus naar buiten. Gebeurt dit ’s avonds of ’s nachts, neem dan de volgende dag contact op met de voedingsverpleegkundige voor het plaatsen van een nieuwe sonde. Gebeurt dit in het weekend dan contact opnemen met de huisarts.

Als de sonde er een paar centimeter uit is gekomen, stop de sondevoeding en laat de sonde zitten. Overleg met de voedingsverpleegkundige.

Keel-, neus- en oorklachten

Bij langdurig gebruik van een neusjejunumsonde kunnen keel-, neus- en oorklachten ontstaan.


  • leid de sonde achter het oor langs en bevestig de sonde met behulp van een pleister of veiligheidsspeld op de kleding
  • controleer dagelijks of de pleister op de sonde nog goed op de neus vastzit. Als de pleister een beetje loslaat, vervang dan de pleister
  • spuit de sonde 6 keer per dag door met minimaal 20 ml lauwwarm water om verstopping te voorkomen
    geef alleen medicijnen via deze sonde als het echt niet anders kan. De sonde is dun en lang en dat maakt de kans op verstoppen erg groot
  • wanneer toch medicijnen via de sonde nodig zijn, spuit de sonde dan vóór en na toediening goed door met lauwwarm water
  • overleg met de apotheker of er een andere manier van toediening mogelijk is wanneer langdurig sondevoeding nodig is dan is een overweging tot het plaatsen van een PEG-J sonde of PEJ zinvol. Bespreek deze opties met de Voedingsverpleegkundige.