Cortrak sonde

Een Cortrak sonde is een hulpmiddel om de sonde voorbij de maag tot in de dunne darm in te brengen. Zo’n sonde wordt geplaatst als de maag (tijdelijk) niet in staat is om voedsel te accepteren of om medicatie toe te dienen die anders afgebroken wordt in de maag.


In overleg met de voedingsverpleegkundige wordt bepaald of u in aanmerking komt voor een Cortrak sonde.

Voor het plaatsen van deze voedingssonde gebruikt Ziekenhuis Gelderse Vallei het Cortraksysteem. Het Cortraksysteem is een hulpmiddel om de sonde voorbij de maag tot in de dunne darm in te brengen. In de sonde zit een voerdraad met daarop een elektromagnetische transmitter, dit is een koperdraadje op het einde van de voerdraad. Ter hoogte van uw maag wordt op de borstkas een ontvanger gelegd. Deze vangt signalen op van de transmitter. Op een beeldscherm kan de verpleegkundige zien welke route de sonde aflegt.

Plaatsing van de sonde

  • de voedingssonde wordt op de verpleegafdeling of poliklinisch ingebracht door een speciaal getrainde verpleegkundige
  • de ontvanger wordt ter hoogte van de punt van het borstbeen geplaatst
  • de voedingssonde wordt via de neus ingebracht
  • op het beeldscherm houdt de verpleegkundige de route die de sonde aflegt in de gaten
  • de sonde wordt verder opgevoerd tot in de dunne darm. Het kan soms een tijdje duren voor dit lukt, omdat verschillende bochten in de maag en de darm genomen moeten worden. De procedure duurt ongeveer 15 tot 30 minuten
  • als de sonde diep genoeg ligt, wordt de sonde met een pleister op de neus vastgeplakt   

Soms lukt het niet om de sonde met het Cortraksysteem diep genoeg in te brengen. Als dat het geval is, wordt de jejunumsonde door middel van een gastro-duodenoscopie geplaatst.

De darm is gewend om voeding in kleine porties vanuit de maag aangeboden te krijgen. Grote hoeveelheden sondevoeding die in één keer in de darm komen, kunnen veel klachten geven, zoals buikpijn en diarree. Daarom is het van belang om bij de Cortrak sonde sondevoeding toe te dienen met behulp van een voedingspomp.

Controleer of de sonde nog goed zit

  • is de pleister verschoven? of zit deze los?
  • bij misselijkheid en braken kan de tip van de sonde naar de maag verplaatst zijn
  • sondevoeding via de hevelsonde, wanneer deze aanwezig is

pH

Bij twijfel of de sonde nog op de juiste plaats ligt, kan, wanneer een hevelsonde aanwezig is, de pH van de maag en de pH van de dunne vergeleken worden:

  • pH van de maag is < 5.5
  • pH van dunne darm is > 6
  • pH < 5.5 van de Cortrak sonde: dan is de sonde terug gekruld naar de maag
  • neem bij een pH van > 6 contact op met de voedingsverpleegkundige om de ligging van de sonde te laten controleren
  • voor deze controle heeft de voedingsverpleegkundige de voerdraad nodig die als het goed is, in het bezit is van de patiënt

Ondanks veelvuldig doorspuiten, kan het voorkomen dat de sonde verstopt raakt.

Adviezen

Preventief

  • spuit de sonde minimaal 6 keer per dag door met water. De Cortrak sonde is een lange dunne sonde
  • spuit alleen vloeibare medicatie via de sonde, geen half opgeloste tabletten. Overleg met de apotheker of de medicatie in vloeibare vorm aangeleverd kan worden. Indien mogelijk, neem de medicatie via de mond in

Indien verstopt

  • probeer een 20 ml of 10 ml spuit met lauw water door te spuiten
  • rol de sonde door de vingers als voeding aangekoekt zit. Spuit dan weer door met warm water en herhaal dit nogmaals
  • probeer na te gaan waardoor de verstopping veroorzaakt is. Heeft de pomp te lang stil gestaan?

Let op

  • voer nooit een voerdraad in een sonde die verstopt zit
  • als de Cortrak sonde niet meer door te spuiten is, overleg dan met de voedingsverpleegkundige

(Deels) verlies van de sonde

Het kan gebeuren dat onbedoeld de sonde verwijderd wordt door ergens achter te blijven hangen. Laat de sonde zitten als de sonde er niet helemaal is uitgekomen. De sonde kan met voerdraad verder opgevoerd worden naar de dunne darm. Dan hoeft de sonde niet helemaal op nieuw ingebracht te worden.

Let op:
Neem de voerdraad altijd mee naar het ziekenhuis. Dien geen voeding toe als de sonde de pleister van de neus geweest is en de sonde een aantal cm naar buiten is geschoven. Het is onduidelijk of de tip (einde) van de sonde nog in de darm ligt. Overleg met de voedingsverpleegkundige.

Uitbraken van de sonde

Het kan ook voorkomen dat door braken de sonde er via de mond uitkomt. Maak in dat geval de pleister op de neus los en trek de sonde via de neus eruit. Als de sonde ’s avonds of ‘s nachts wordt uitgebraakt, neem dan de volgende dag contact op met de voedingsverpleegkundige voor het plaatsen van een nieuwe sonde.

Sondevoeding via de hevelsonde of braken

Wanneer een vol gevoel ontstaat, misselijkheid en/of braken, kan het zijn dat de tip van de sonde niet meer in de darm ligt. De sonde is naar de maag terug gekruld. Wanneer er een hevelsonde aanwezig is en er komt sondevoeding via de hevelsonde, dan ligt de tip van de sonde niet meer in de dunne darm, maar in de maag.

Wanneer de sonde in Ziekenhuis Gelderse Vallei is geplaatst, kunt u contact opnemen met de voedingsverpleegkundige.

Na plaatsing wordt de voerdraad, waarmee de sonde is ingebracht, in de verpakking terug gedaan. Op de verpakking komt uw naam. Het is erg belangrijk dat u de voerdraad goed bewaart. Neem de voerdraad mee als het nodig is om de sonde weer op de juiste plaatst te brengen. Hiermee kan worden voorkomen dat de hele procedure opnieuw moet plaatsvinden.