Neusjejunumsonde

Een neusjejunumsonde is een sonde die via de neus, de slokdarm en de maag in de dunne darm (het jejunum) wordt geschoven.


Een endoscopisch geplaatste jejunumsonde heeft een  charrière 10 en is van PUR (Poly-Urethaan). Deze kan 6 tot 8 weken blijven zitten.

 

Een neusjejunumsonde wordt geplaatst wanneer niet via de maag gevoed kan of mag worden, bijvoorbeeld na een operatie wanneer de maag nog niet op gang komt, waarbij er wel peristaltiek in de darmen aanwezig is.

Voorbereiding

De neusjejunumsonde wordt poliklinisch geplaatst in het ziekenhuis. Ter voorbereiding is het noodzakelijk 6 uur voor het plaatsen van de sonde niets meer te eten, en 3 uur voor plaatsing ook niet meer te drinken. Heeft u al sondevoeding via een neusmaagsonde, dan stopt u het toedienen van de sondevoeding 3 uur voor het onderzoek plaats vindt.  

Plaatsen

Het plaatsen van een neusjejunumsonde gebeurt op de endoscopieafdeling B1 in Ziekenhuis Gelderse Vallei (bestemming 104). De sonde wordt ingebracht met behulp van een endoscoop (kijkbuis). Dit is een buigzame slang, waarmee in de maag en darmen gekeken kan worden en de sonde op de juiste plaats kan worden gebracht.

Het plaatsen van de sonde gebeurt onder een roesje (sedatie). Dit slaapmiddel door middel van het toedienen van medicijnen via een infuus, zorgt ervoor dat niets van de ingreep wordt gevoeld. Na het roesje verblijft u 1 tot 1,5 uur op de uitslaapkamer. De rest van de dag heeft u een vertraagd reactie vermogen, daarom is deelname aan het verkeer niet toegestaan.

De darm is gewend om voeding in kleine porties vanuit de maag aangeboden te krijgen. Grote hoeveelheden sondevoeding die in één keer in de darm komen, kunnen veel klachten geven, zoals buikpijn en diarree. Bij deze sonde is het daarom van belang dat sondevoeding wordt toegediend met behulp van een voedingspomp.

Kan voorkomen dat de tip (uiteinde van de sonde) van de neusjejunumsonde in de maag terecht is gekomen. Er treden dan vaak klachten op als misseliijkheid en/of braken. Controleer de ligging van de neusjejunumsonde alleen wanneer er klachten ontstaan. Standaard controle is niet nodig. Om te controleren of de sonde nog goed ligt kan er door  middel van een pH stip en het optrekken van aspiraat( vocht opgetrokken uit de sonde).  Als de pH boven de 5,5 is, ligt de sonde in de darm. Als de pH 5,5 of lager is, kan de tip (einde van de sonde) terug gekruld zijn naar de maag. Neem dan contact op met de voedingsverpleegkundige

Een neusjejunumsonde is een dunne en lange sonde. De kans op verstopping is groot. Probeer zo min mogelijk fijn gemalen medicatie door de sonde te geven maar overleg met de arts of apotheker of er een vloeibare of andere toedieningsvorm bestaat.


  • Spuit de sonde minimaal 6 keer per dag door met warm water. Ondanks veelvuldig doorspuiten kan het voorkomen dat de sonde verstopt raakt.

Indien verstopt 

  • probeer eens een 20 of 10 ml spuit met handwarm water.  Maak met een spuit een pompende beweging
  • rol de sonde eens door de vingers als voeding aangekoekt zit. Spuit door met hand warm water en herhaal dit nogmaals
  • probeer na te gaan waardoor de verstopping veroorzaakt is   
  • Mocht het niet lukken de sonde open te krijgen, laat de sonde zitten en neem contact op met de voedingsverpleegkundige.

 

Let op

  • voer nooit een voerdraad in een sonde die verstopt zit, de voerdraad kan een gaatje in de sonde prikken en de maag of darm beschadigen
  • gebruik geen kleiner spuitje dan 10 cc om de sonde open te krijgen. Kleinere spuitjes kunnen de druk in de sonde zo verhogen dat er een gaatje in de sonde kan komen.

Verlies van de sonde

Het kan gebeuren dat onbedoeld de sonde verwijderd wordt door ergens achter te blijven hangen. Als de sonde er niet helemaal is uitgekomen, verwijder de sonde dan helemaal. Het kan ook voorkomen dat door braken de sonde er via de mond uitkomt. Stop het toedienen van de sondevoeding. Maak de geval de pleister op de neus los en trek dan de sonde via de neus naar buiten.  Gebeurt dit ’s avonds of ’s nachts, neem dan de volgende dag contact op met de voedingsverpleegkundige voor het plaatsen van een nieuwe sonde. Gebeurt dit in het weekend dan contact opnemen met de huisarts.

Keel-, neus- en oorklachten

Bij langdurig gebruik van een neusjejunumsonde kunnen keel-, neus- en oorklachten ontstaan.

  • leid de sonde achter het oor langs en bevestig de sonde met behulp van een pleister of veiligheidsspeld op de kleding
  • controleer dagelijks of de pleister op de sonde nog goed op de neus vastzit. Indien de pleister een beetje loslaat, vervang dan de pleister 
  • spuit de sonde 6 keer per dag door met minimaal 20 ml lauwwarm water om verstopping te voorkomen
  • geef alleen medicijnen via deze sonde als het echt niet anders kan. De sonde is dun en lang en dat maakt de kans op verstoppen erg groot. Wanneer toch medicijnen via de sonde nodig zijn, spuit de sonde dan vóór en na toediening goed door met lauwwarm water. Overleg met de apotheker of er een andere manier van toediening mogelijk is
  • wanneer langdurig sondevoeding nodig is dan is een overweging tot het plaatsen van een PEG-J sonde of PEJ zinvol. Bespreek deze opties met de Voedingsverpleegkundige