Neusjejunumsonde

Een neusjejunumsonde is een sonde die via de neus de slokdarm, de maag en de dunne darm (het jejunum) in wordt geschoven via een endoscopie (kijkonderzoek).

Hoe ziet een neusjejunumsonde eruit? 

Een jejunumsonde die geplaatst wordt via een endoscopie heeft een Charrière 10 en is van PUR (Poly-Urethaan). Deze sonde kan blijven zitten totdat het noodzakelijk is om deze te verwisselen. Bijvoorbeeld omdat het poreus wordt, minder doorgankelijk is of door ouderdom.

Voeden via de darm wanneer voeden via de maag niet kan of mag.

Voorbereiding

De neusjejunumsonde wordt in het ziekenhuis via een endoscopie geplaatst. Het is belangrijk dat een patiënt nuchter is voordat de sonde geplaatst wordt. De instructies voor het nuchter zijn leest u op de pagina Nuchter zijn voor uw operatie. Krijgt u al sondevoeding via een neusmaagsonde, dan moet u 3 uur voor de ingreep stoppen met het toedienen van de sondevoeding.

Plaatsen

Het plaatsen van een neusjejunumsonde gebeurt op de endoscopieafdeling B1 in Ziekenhuis Gelderse Vallei (bestemming 104). De sonde wordt ingebracht met behulp van een endoscoop (kijkbuis). Dit is een buigzame slang met camera, waarmee in de maag en dar men gekeken kan worden en de sonde op de juiste plaats kan worden gebracht.

Het plaatsen van de sonde gebeurt onder een roesje (verdoving). Het roesje wordt toegediend via een infuus en zorgt ervoor dat u niets van de ingreep voelt. Na het roesje verblijft u 1 tot 1,5 uur op de uitslaapkamer. De rest van de dag heeft u een vertraagd reactievermogen, daarom is deelname aan het verkeer niet toegestaan. Het is daarom van belang dat iemand u op kan halen. In verband met de verzekering mag u ook niet zelfstandig naar huis met een taxi.

De sonde vastmaken

Neuspleister

De sonde wordt met de pleister vastgemaakt op de neus, deze moet vrijwel dagelijks gewisseld worden.

Nasal-Bridle

De MDL-arts of de verpleegkundig consulent voeding maken de sonde vast via de Nasal-bridle. Dit gebeurt op de MDL-functieafdeling in Ziekenhuis Gelderse Vallei.De sonde zit via een lint dat achter het neusschaarbeen loopt vast. Deze hoeft maar 1x per 3 maanden verwisseld te worden. Er wordt een clipje vastgemaakt aan de sonde en aan de uiteinden van het tape. Het lint wordt vervolgens onder het clipje geknoopt en niet aan de sonde. Het oranje plectrum is nodig om het clipje weer te openen bij het wisselen en verwijderen van de Nasal-bridle.


De sondevoeding wordt gegeven via een voedingspomp. De darm is het gewend om voeding in kleine porties vanuit de maag aangeboden te krijgen. Als er in één keer grote hoeveelheden sondevoeding in de darm komen, kunt u klachten zoals buikpijn en diarree ervaren.

Controleer de ligging in de maag door middel van een pH stip en het optrekken van aspiraat (vocht) uit de sonde. Let op: de test is niet betrouwbaar wanneer korter dan 15 minuten geleden water door de sonde is gespoeld. Wanneer de pH 5,5 of lager is, ligt de tip van de sonde in de maag.

Controleer de ligging in de darm: Het kan voorkomen dat de tip (uiteinde van de sonde) van de sonde in de maag terecht is gekomen. Er treden dan vaak klachten op als misselijkheid en/of braken. Controleren of de tip van de sonde nog in de darm ligt kan met een pH stip en het optrekken van aspiraat (vocht). Als de pH boven de 5,5 is, ligt de sonde in de darm. Let op: de test is niet betrouwbaar wanneer korter dan 15 minuten geleden water door de sonde is gespoeld. Als de pH 5,5 of lager is, kan de tip (einde van de sonde) terug gekruld zijn naar de maag. Neem dan contact op met de verpleegkundig consulent voeding.

Een Jejunumsonde is een dunne en lange sonde. De kans op verstopping is groot. Probeer zo min mogelijk fijn gemalen medicatie door de sonde te geven. Overleg met uw apotheker welke medicatie aangepast kan worden om het risico op verstopping van de sonde zoveel mogelijk te beperken.

Preventie

Spoel de jejunumsonde 6 keer per dag door met 30 cc handwarm water

Bij verstopping

  • Probeer de sonde door te spuiten met een 20 ml spuit met handwarm water. Maak met een spuit een pompende beweging.
  • Rol de sonde eens door de vingers als voeding aangekoekt zit. Spuit door met handwarm water en herhaal dit nogmaals.
  • Probeer na te gaan waardoor de verstopping is veroorzaakt, als medicatie de oorzaak is van de verstopping moet er vaak een nieuwe sonde geplaatst worden.
  • Als de sonde verstopt is door sondevoeding, dan kan de verstopping vaak opgelost worden door de stappen bij bullit 1 en 2 te volgen.
  • Alleen bij de neusmaagsonde met neuspleister: maak de neuspleister los en trek deze 5 cm. Spuit de sonde dan nog eens met handwarm water en een pompende beweging door.
  • Als het niet lukt de verstopping op te heffen, laat dan de sonde zitten en neem contact op met de verpleegkundig consulent voeding.
  • Gebruik voor het ontstoppen alleen handwarm water, mespuntje bakingsoda opgelost in een 20ml Enfit spuit of Natriumbicarbonaat 4,2%.

Let op

Gebruik geen spuit die kleiner is dan 10 cc om de sonde open te krijgen. Kleinere spuiten kunnen de druk in de sonde zodanig verhogen dat er een gaatje in de sonde ontstaat.

Verlies van de sonde

Het kan gebeuren dat de sonde per ongeluk een stukje of helemaal uitvalt. De toediening van de sondevoeding moet gestopt worden totdat de sonde weer goed ligt.

  • Overdag van maandag t/m vrijdag: neem contact op met de verpleegkundig consulent voeding.
  • Avond / nacht van maandag t/m vrijdag: verwijder de sonde en neem de volgende dag contact op met de verpleegkundig consulent voeding voor het plaatsen van een nieuwe sonde.
  • Weekend: neem contact op met de huisartsenpost.

Keel-, neus- en oorklachten

Bij langdurig gebruik van een neussonde kunnen keel-, neus- en oorklachten ontstaan.

  • Waterijsjes of ijswater kunnen de klachten verlichten, wanneer dit onvoldoende helpt kunt u 4 keer per dag 1000 mg paracetamol nemen.
  • Werkt dit niet, neem dan contact op met uw verpleegkundig consulent voeding.

  • Leid de sonde voor het oor langs om decubitusplekken achter het oor te vermijden. Bevestig daarna de sonde met behulp van een pleister of veiligheidsspeld op de kleding.
  • Controleer dagelijks of de pleister op de sonde nog goed op de neus vastzit. Als de pleister een beetje loslaat, vervang deze dan.
  • Spuit de sonde 6 keer per dag door met minimaal 30 ml handwarm water om verstopping te voorkomen
  • Geef alleen medicijnen via deze sonde als het echt niet anders kan. De sonde is dun en lang en dat maakt de kans op verstopping groot.
  • Wanneer medicijnen toch via de sonde gegeven moet worden, spuit dan de sonde vóór en na toediening goed door met minstens 60ml handwarm water.
  • Overleg met uw apotheker of u de medicijnen op een andere manier kunt toedienen.