Aandachtspunten sondevoeding

Bij het toedienen van sondevoeding moet op een aantal zaken goed worden gelet.

Stabiel gewicht

Het is raadzaam om thuis 1 keer per week te wegen. Als het gewicht minimaal hetzelfde blijft, is de hoeveelheid voeding en vocht voldoende. Maar stijgt of daalt het gewicht meer dan verwacht? Neem dan contact op met de diëtist. De sondevoeding moet dan waarschijnlijk worden aangepast.

Voldoende urine

De urine is een goede graadmeter voor de vochtbehoefte. Per dag is een urineproductie van 1 liter of meer normaal. Is de hoeveelheid urine minder of is de urine donker gekleurd? Dan is de kans groot dat de hoeveelheid vocht niet voldoende is. Als extra drinken niet mogelijk is, kan extra water door de sonde worden toegediend.

Mondverzorging

Door verminderde kauwactiviteit en speekselafvloed is de kans op ontstekingen en irritaties in de mond groter. Gebruikt de patiënt naast de sondevoeding geen andere voeding? Dan moet de mond extra worden gecontroleerd en verzorgd. Tanden en tong moeten minimaal 3 keer per dag worden gepoetst. De lippen kunnen zo nodig worden ingevet met lippenbalsem.

Eten

Sondevoeding wordt gebruikt als volledige voeding of als aanvullende voeding. De indicatie voor de sondevoeding bepaalt hoe lang sondevoeding gebruikt moet worden en of u wel of niet mag eten naast de sondevoeding. Bij een sonde via de neus en keel heeft u in principe voldoende ruimte om ‘gewone’ voeding slikken.