Aandachtspunten sondevoeding

Bij het toedienen van sondevoeding moet op een aantal zaken goed worden gelet.

Een patiënt die sondevoeding krijgt, kauwt vaak minder en vloed vaak minder speeksel af. Hierdoor is de kans op ontstekingen en irritaties in de mond groter. Om dit te voorkomen is het kauwen van suikervrije kauwgom, zuigen van snoepjes en mondhygiëne (tanden en tong 3x per dag poetsen) extra belangrijk. De lippen kunnen zo nodig worden ingevet met lippenbalsem.

Sondevoeding is erg vatbaar voor groei van ongewenste bacteriën, daarom is een goede hygiëne bij  het gebruik van sondevoeding belangrijk.

  • sondevoeding is 24 uur houdbaar wanneer het continu wordt toegediend of wanneer de geopende fles of het pak in de koelkast wordt bewaard
  • de geopende sondevoeding mag nooit langer dan 8 aaneengesloten uren buiten de koelkast worden bewaard.
  • alle toedieningsmaterialen (behalve de voedingspomp) moeten iedere 24 uur vervangen worden
  • voedingsspuiten moeten na gebruik omgespoeld en in de koelkast bewaard worden. Vervang ook deze  na 24 uur

Bijwerkingen sondevoeding 

Het gebruik van sondevoeding kan een aantal bijwerkingen geven:

Door een te snelle opbouw van de sondevoeding kan het lichaam uit balans raken. Daarom kan het nodig zijn om bij de start en de opbouw van de sondevoeding de bloedwaarden te controleren. De hoofdbehandelaar of diëtist bespreekt dit met een patiënt.

Bij de start van sondevoeding kan een vol gevoel en misselijkheid optreden. Wanneer pijn optreedt in de bovenbuik optreedt en de patiënt moet braken, dient er contact opgenomen te worden met de hoofdbehandelaar of diëtist.

Wanneer de sondevoeding ernstige klachten van diarree geeft dient contact opgenomen te worden met de diëtist voor een eventuele aanpassing van de sondevoeding.

Wanneer de sondevoeding klachten van verstopping veroorzaakt, kan het nodig zijn een vezel verrijkte sondevoeding te gebruiken. Neem hiervoor contact op met de diëtist.

Wanneer het gebruik van sondevoeding zodanige braak- en diarreeklachten veroorzaakt dat de patiënt uitdrogingsverschijnselen heeft, neem dan direct contact op met de hoofdbehandelaar of diëtist.
Symptomen van uitdroging zijn: weinig en donkere urineproductie, dorst, droge mond en tong, hoofdpijn.

Vragen 

  • neem bij vragen en problemen rondom de sondes contact op met de verpleegkundig consulent voeding
  • neem bij vragen en problemen rondom de sondevoeding contact op met de diëtist
  • neem voor het bestellen en vragen van materialen contact op met het facilitair bedrijf dat de sondevoeding levert

Ook bij andere klachten over de sondevoeding of een ‘niet pluis’ gevoel, kunt u laagdrempelig contact opnemen met de verpleegkundig consulent voeding.