Complicaties sondevoeding

Wanneer u sondevoeding krijgt, kunt u last hebben van dehydratatie, diarree, obstipatie en misselijkheid. Meestal komt dit niet door de sondevoeding, maar door het onderliggende ziektebeeld. Als u ernstig ondervoed bent, kunt u bij te snel starten met volledige sondevoeding het refeeding syndroom krijgen.


Aanwijzingen voor dehydratie kunnen zijn:

  • een snel gewichtsverlies
  • geringe productie van geconcentreerde urine (minder dan 1000 ml per 24 uur, vaak donker van kleur)

Mogelijke oorzaak kan zijn: onvoldoende vocht intake of verhoogd vochtverlies. Ga na of de voorgeschreven hoeveelheid sondevoeding wordt toegediend. U wordt geadviseerd om voldoende te drinken, als dat mogelijk is. Geef als het nodig is extra vocht via de sonde. Doe dit in overleg met de behandelend arts en/of diëtist.

Diarree heeft meerdere mogelijke oorzaken:

  • ziekte
  • bacteriële besmetting
  • overloopdiarree door obstipatie
  • te lage concentratie natrium in de sondevoeding
  • ontbreken van voedingsvezels in de sondevoeding

Ziekte

Diarree kan komen door de onderliggende ziekte, bijvoorbeeld:

  • ondervoeding
  • hypo-albuminemie
  • malabsorptie ten gevolge van radio- of chemotherapie
  • vlokatrofie of short bowel
  • bacteriële overgroei bij chronische darmziekten

Handel als volgt:

  • maak gebruik van een opbouwschema
  • verklein de porties of ga over op intermitterende of continue toediening met een voedingspomp
  • geef in overleg met de behandelend specialist en diëtist eventueel een oligomere of monomere sondevoeding
  • overleg met het voedingsteam

Bacteriële besmetting

Bestaat het vermoeden dat de voeding is besmet met een bacterie? Neem dan contact op met de wijkverpleegkundige, voedingsverpleegkundige of het facilitair bedrijf.

Overloopdiarree door obstipatie

Maak in overleg met de diëtist gebruik van een vezelrijke sondevoeding, als dit mogelijk is. Geef voldoende vocht.

Te lage concentratie natrium in de sondevoeding

Controleer of de patiënt de minimale behoefte aan zout gebruikt.

Ontbreken van vezel

Maak in overleg met de diëtist gebruik van een vezelrijke sondevoeding of gebruik extra vezels.

Geen oorzaak aanwijsbaar of oplosbaar

Soms is er geen oorzaak voor de diarree, of is de diarree niet op te lossen. Overleg dan met de behandelend arts over antidiarretica. Geef in overleg met de behandelend arts en/of diëtist extra vocht via de sonde en/of een infuus.

Heeft u minder dan 3 keer per week ontlasting? Dan spreken we van verstopping, oftewel obstipatie. Denk goed na of er werkelijk sprake is van obstipatie, of alleen van minder ontlasting. Als u weinig eet naast de sondevoeding, is minder ontlasting heel normaal.

Mogelijke oorzaken

  • ontbreken van voedingsvezels: overleg met de diëtist over gebruik van een vezelrijke sondevoeding of gebruik extra vezels
  • te weinig vocht: ga na of de voorgeschreven hoeveelheid sondevoeding wordt toegediend. Adviseer voldoende te drinken wanneer dit mogelijk is. Geef in overleg met de behandelende arts en/of diëtist extra vocht via de sonde en/of een infuus
  • onvoldoende lichaamsbeweging: probeer zo snel mogelijk meer te bewegen zoals wandelen of fietsen op een hometrainer.  Is extra beweging mogelijk? Vraag dan om advies 
Bij hoog risico op refeeding syndroom wordt een ziekenhuisopname geadviseerd.

Mogelijke oorzaak
Te snelle opbouw van sondevoeding bij ernstige ondervoeding. Handel als volgt:
  • zie het protocol refeeding
  • volg nauwkeurig het opbouwschema van de diëtist
  • gebruik een langzaam opbouwschema
  • breid de voeding pas uit als de elektrolytenhuishouding in balans is
  • bepaal wanneer mogelijk dagelijks het gewicht of houd een vochtbalans bij
  • suppleer in overleg met de behandelend arts eventuele tekorten
Misselijkheid heeft meerdere mogelijke oorzaken:
  • de onderliggende ziekte, medicatie, radio- of chemotherapie
  • verminderde maagmotiliteit, gastro-oesofagale reflux
  • verminderde darmmotiliteit
  • verplaatsing van de tip van de jejunumsonde naar de maag
  • te hoge toedieningssnelheid
  • te groot volume per portie
  • te hoge osmolariteit van de sondevoeding

Onderliggende ziekte, medicatie, radio- of chemotherapie

U kunt in overleg met de behandelend arts een anti-emeticum toegediend krijgen.

Verminderde maagmotiliteit, gastro-oesofagale reflux

  • dien eventueel prokinetica toe. Doe dit in overleg met de behandelend arts
  • ga bij portietoediening over op intermitterend of continu voeding. Doe dit in overleg met de diëtist
  • verminder indien nodig ’s nachts de toedieningssnelheid of staak de toediening tijdens de nachtelijke uren. Doe dit in overleg met de diëtist
  • laat een jejunumsonde plaatsen. Doe dit in overleg met de behandelend arts

Verminderde darmmotiliteit

  • stop met de sondevoeding. Doe dit in overleg met de diëtist en de behandelend arts

Verplaatsing van de tip van de jejunumsonde naar de maag

Te hoge toedieningssnelheid

  • verminder tot de getolereerde toedieningssnelheid. Geef in overleg met de diëtist eventueel een geconcentreerde sondevoeding. Toediening in het jejunum kan tot dumpingklachten leiden
  • gebruik waar nodig een opbouwschema
  • ga na of de portietoediening effect heeft. Dit kan alleen als de sonde in de maag is gepositioneerd

Te groot volume per portie

  • pas de toediening aan: frequentere kleinere porties, eventueel een geconcentreerdere sondevoeding. Doe dit in overleg met de diëtist
  • geef bij portietoediening het laatste portie minimaal 1 uur voor het slapen gaan
  • ga eventueel over op intermitterend of continu voeden met een voedingspomp. Doe dit in overleg met de diëtist

Te hoge osmolariteit van de sondevoeding

Ga over op een voeding met een lagere osmolariteit. Doe dit in overleg met de diëtist.