'Doen wat nodig is voor mijn herstel'

31 augustus 2016

‘Ik ben er zo, in Ede,’ zegt mijnheer Harm Witteveen (75) uit Apeldoorn luchtig. Hij heeft al vele ritjes naar het ziekenhuis in Ede gemaakt. Vandaag is hij op de afdeling dagbehandeling in het oncologisch centrum. Een keer per drie weken krijgt hij een infuus met chemotherapie gevolgd door een kuur met tabletten. Hij is daardoor wat sneller moe, maar wimpelt dat weg: ‘Een middagdutje doet wonderen, heb ik nog nooit eerder gedaan!’

Internist-oncoloog Pieter de Mol verklaart de nuchtere reacties van de patiënt: ‘Hij is fit en vrolijk, een doorzetter! Met een stabiel gewicht en een goede conditie, hoef ik ook weinig adviezen over voeding en bewegen te geven.’ ‘Maar u controleert me wel: regelmatig bellen hoe het met me gaat!’ reageert mijnheer Witteveen olijk, en voegt toe dat hij hun vertrouwensband zo waardeert.

Behandelingen

Het begon voor de heer Witteveen met een operatie voor dikke darm kanker in 2010. Door uitzaaiingen op de lever kreeg hij twee jaar later een aantal operaties en RFA-behandeling (Radio Frequency Ablatie) in Ede. De plekjes op de lever worden dan weggebrand tijdens een operatie. Toen hij vorig jaar weer op controle kwam bij het oncologisch centrum werden uitzaaiingen op de lever en in de longen gevonden. Pieter de Mol: ‘Toen hebben we besloten tot chemotherapie om de uitzaaiingen kleiner te maken.’

Chemo

De chemotherapie bestaat uit een infuus in ongeveer vier uur op de dagbehandeling, met aansluitend een tablettenkuur voor thuis. ‘Het is alweer de vierde behandeling en ik voel me goed,’ vertelt de heer Witteveen. Na drie behandelingen volgde een PET-CT-scan om te kijken of de behandeling helpt. ‘Het gaat goed, zegt Pieter de Mol, ‘Er zijn minder uitzaaiingen gevonden en ze zijn kleiner geworden. Ons oncologisch team en die in het VU-MC in Amsterdam bespreken steeds samen de vervolgbehandeling. Waarschijnlijk zes keer chemotherapie en dan hopelijk opnieuw RFA of opereren.’

Snel

Over eventuele vervolgbehandelingen is Harm Witteveen snel uitgepraat: ‘Doen wat nodig is! Ik ben een optimistisch mens. Ik mag graag samen fietsen, en met de negen kleinkinderen op stap. En een beetje meehelpen in het mechanisatiebedrijf dat ik vroeger had.’ Hij voegt er breed lachend aan toe: ‘Revalideren doe ik ook zelf. Toen ik een open hart operatie had gehad als gevolg van een complicatie mocht ik zes weken niet autorijden. Zes weken is lang! Dus reed ik na drie weken op de trekker naar het dorp Wenum-Wiesel!’

Nieuwsoverzicht