Aandoeningen onder of in de huid

Goedaardige huidafwijkingen bestaan uit gewone huidcellen. De meeste liggen dan ook in of op de huid. U kunt er last van hebben en ze kunnen er lelijk uitzien. Soms is een huidafwijking kwaadaardig. Dan spreken we over huidkanker.

Soorten huidaandoeningen

Huidaandoeningen komen vaak voor. Voorbeelden:

  • atheroomcyste: de medische term voor een zwelling door een verstopte talgklier is een atheroomcyste. Ze kunnen overal op het lichaam voorkomen en ontsteken.
  • lipoom: een goedaardige vetbult noemen we een lipoom. Ze zitten onder de huid of zelfs in een spier. Ze zijn er van klein tot groot en ontstaan op meerdere plaatsen.
  • huidcystes, moedervlekken en fibromen: dit zijn goedaardige huidafwijkingen die bestaan uit gewone huidcellen. Soms heeft u er last van of vindt u ze lelijk. Daarom kunt u ze laten weghalen. Een andere goede reden voor verwijderen is dat ze kwaadaardig kunnen worden.
  • vreemd materiaal: splinters of stukjes glas kunnen onder de huid blijven zitten. Dat is meestal niet aan de huid te zien, maar u voelt wel een verdikking in of onder de huid. Het is verstandig om deze te laten verwijderen.

Behandeling van huidaandoeningen

De plastische chirurg verwijdert de aandoening door een kleine snee te maken. Dit is meestal onder lokale verdoving op de polikliniek van plastische chirurgie.

  • atheroomcyste: deze afwijking moeten we uit het omliggende weefsel weghalen zonder resten achter te laten. Bij een ontsteking sluiten wede huid niet helemaal. Op die manier ontsteekt het niet verder.
  • lipoom: een vetbult verwijderen we via een snee in de huid
  • overige goedaardige huidaandoeningen: deze snijden we met voldoende huid eromheen weg

Na behandeling van huidaandoeningen

Na het verwijderen van de aandoening hechten we de huid.

  • oplosbare hechting: als het kan, gebruiken we een hechting onder de huid die vanzelf oplost. Dan hoeft u het niet weg te laten halen.
  • niet-oplosbare hechting: deze moeten we verwijderen. Daarvoor komt u terug naar het ziekenhuis.

We verbinden de wond met hechtpleisters of verband. De patholoog-anatoom onderzoekt het verwijderde weefsel, zodat we precies weten wat het is.