Atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren, ook wel boezemfibrilleren genoemd, is een van de meest voorkomende hartritmestoornissen. Het komt vaker voor bij ouderen. Er zijn mensen die klachten hebben van atriumfibrilleren, maar het kan ook aanwezig zijn zonder dat u klachten ervaart.

Hoe ontstaat atriumfibrilleren?

Het hartritme en de snelheid van het kloppen van het hart wordt aangestuurd door elektrische prikkels, afgegeven door de een elektrische knoop van het hart. Deze zogenaamde sinusknoop ligt hoog in de rechterboezem. Bij atriumfibrilleren is er sprake van een verstoring van de elektrische prikkels in het hart. Dit veroorzaakt een onregelmatige samentrekking van de boezems in het hart en een veranderde bloedstroom. Hierdoor kunnen bloedstolsels in de boezems ontstaan waardoor er een risico bestaat op het krijgen van een herseninfarct of beroerte.

Het belangrijkste gevaar van atriumfibrilleren is de kans op een herseninfarct of trombose elders in het lichaam. De cardioloog bespreekt met u of u een antistollingsmiddel moet gaan gebruiken om dit te voorkomen. Meer uitleg hierover krijgt u op de NOAC poli.

Oorzaken van atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren kan verschillende oorzaken hebben. Het kan het gevolg zijn van andere aandoeningen, zoals:

  • hoge bloeddruk
  • diabetes
  • overgewicht
  • overmatig gebruik van alcohol
  • problemen met het hart: hartinfarct, hartfalen, hartspierziekte, hartklepziekten of een aangeboren hartaandoening
  • te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie)
  • ontsteking (zoals een longontsteking)
  • koorts

Klachten

Klachten bij atriumfibrilleren kunnen zijn:

  • een onregelmatige hartslag (fladderen, hartkloppingen)
  • kortademigheid
  • druk, pijn of vervelend gevoel op de borst
  • duizeligheid, lichtheid in het hoofd
  • eerder vermoeid zijn bij inspanning

Niet iedereen heeft even veel last van boezemfibrilleren. Veel mensen hebben er geen klachten van. Als bij u atriumfibrilleren is vastgesteld, zal de cardioloog met u bespreken of u een antistollingsmiddel moet gaan gebruiken. Dit om stolsels te voorkomen die een herseninfarct kunnen veroorzaken. Niet alle patiënten hebben overigens een antistollingsmiddel nodig.

Wat kunt u zelf doen?

Dit kunt u doen om zelf bij te dragen aan uw gezondheid:

  • vermijd stress, overmatig gebruik van alcohol, koffie, cola, drugs en sommige medicijnen (zoals luchtwegverwijders bij COPD en astma): deze situaties en middelen kunnen een aanval uitlokken
  • door af te vallen bij overgewicht kunnen de aanvallen van atriumfibrilleren verminderen of zelfs verdwijnen
  • beweeg voldoende en eet gezond
  • neem medicijnen in volgens voorschrift om zo min mogelijk last te hebben van atriumfibrilleren en het risico op een herseninfarct te verkleinen

Heeft u last van bijwerkingen? Blijf hier niet mee doorlopen, maar neem contact op met de arts of de verpleegkundig specialist die u de medicijnen heeft voorgeschreven. Zie Contact voor de de informatie over het telefonisch spreekuur.

NOAC-spreekuur in Ziekenhuis Gelderse Vallei

In Ziekenhuis Gelderse Vallei is een NOAC-spreekuur. Dit is bestemd voor patiënten die atriumfibrilleren hebben en daarvoor een antistollingsmiddel (gaan) gebruiken. De medewerkers van de NOAC poli werken nauw samen met de cardiologen en de trombosedienst.

Op de NOAC polikliniek krijgt u uitleg over atriumfibrilleren, de NOAC's en de controles die plaatsvinden. Maar ook hoe u kunt overstappen van de tabletten van de trombosedienst op de nieuwe medicatie en eventueel andersom, als dat van toepassing is. Ter voorbereiding op het spreekuur verzoeken we u om onderstaande filmpjes te bekijken.

Meer informatie

In de filmpjes krijgt u uitleg over atriumfibrilleren, waarom u een antistollingsmiddel moet gebruiken en waar u op moet letten bij het gebruik ervan.