Darminfarct

Bij een darminfarct wordt een slagader in de darmen ineens afgesloten. Het deel van de darm dat daarachter ligt, krijgt te weinig of geen bloed en zuurstof meer. Dat deel van de darm sterft dan af. Het kan geen eten meer verteren. Een darminfarct zorgt vaak voor een forse ontstekingsreactie.

Oorzaak darminfarct

Een plotselinge afsluiting van de darmslagader komt vaak door een bloedstolsel. Samengeklonterd bloed sluit dan een doorgang van de darmslagader af. Dit samenklonteren kan gebeuren als de slagaders vernauwd zijn. Dat gebeurt vaak door verkalking van de sladagers, bijvoorbeeld door een te hoge bloeddruk. Of door vervetting als gevolg van een te hoog cholesterol.

Klachten darminfarct

Bij een darminfarct hebben patiënten meestal vage klachten. Zij hebben bijvoorbeeld buikpijn of zijn misselijk. Soms is de stoelgang verstoord en zit er bloed bij de ontlasting. Dit laatste is niet altijd het geval. Sommige patiënten krijgen koorts, als in de darm een ontstekingsreactie ontstaat. Maar deze klachten komen ook voor bij andere aandoeningen. Daarom is een darminfarct moeilijk te herkennen. Wel is het zo dat iemand met een darminfarct vaak erg ziek is. Meestal vertoont hij of zij ook tekenen van bloedvergiftiging.

Hoe komen we erachter?

Hoe ernstiger de klachten, hoe vaker we zullen denken aan een darminfarct. Als een patiënt inderdaad een darminfarct heeft, zien we allerlei afwijkingen in het bloed. Deze afwijkingen passen bij een grote ontstekingsreactie, zoals bij een darminfarct vaak gebeurt. Met een CT-onderzoek kunnen we zien of de darm inderdaad is afgestorven. We kunnen dan ook zien welk stuk precies is afgestorven en hoe groot dit stuk is.

Behandeling darminfarct

Als maar een klein deel van de darm is afgestorven, haalt de chirurg dit stukje darm weg. De uiteinden worden aan elkaar gehecht. Soms krijgt de patiënt (tijdelijk) een stoma. Patiënten met een darminfarct zijn vaak ernstig ziek. Het lichaam heeft moeite om de bloeddruk op peil te houden en moet vaak hard werken om alle organen te laten functioneren. Patiënten krijgen daarom medicijnen en liggen vaak aan de beademingsmachine om zoveel mogelijk zuurstof te krijgen. Ook krijgen ze antibiotica om de ontstekingsreactie tegen te gaan. Op deze manier krijgt het lichaam de tijd om te herstellen.