Diabetes mellitus type 1

Diabetes mellitus type 1 is een verstoring van de glucosestofwisseling in het lichaam. Bij diabetes mellitus type 1 maakt de alvleesklier geen insuline aan. Diabetes mellitus type 1 ontstaat meestal op jonge leeftijd.

Wat is diabetes mellitus?

Er zijn verschillende soorten diabetes mellitus (suikerziekte). De bekendste zijn diabetes mellitus type 1 en diabetes mellitus type 2. Bij alle vormen van diabetes mellitus treedt er een verstoring op van de glucosestofwisseling in het lichaam. Toch zijn er belangrijke verschillen tussen de vormen van diabetes mellitus.

Bij diabetes mellitus type 1 (DM1) maakt de alvleesklier (pancreas) geen insuline meer aan. Om onduidelijk redenen worden de cellen die de insuline maken, door het lichaam afgestoten. Door het tekort aan insuline kan er geen glucose vanuit het bloed in de weefsels worden opgenomen. Gevolg is dat de glucosewaarde in het bloed (bloedsuikerspiegel) stijgt waardoor klachten ontstaan (dorst, veel plassen). De enige manier om DM1 te behandelen is het spuiten van insuline. DM1 wordt altijd behandeld door artsen in het ziekenhuis, meestal door een internist-endocrinoloog of internist-vasculair geneeskundige.

Behandeling diabetes mellitus type 1

Het eerste doel van de behandeling van DM1 is het verhelpen van acute klachten (dorst, veel plassen). Het volgende doel is om de glucosewaarden zo normaal mogelijk te houden. Dit om complicaties aan bloedvaten, hart, ogen, nieren en zenuwen te voorkomen.

Deze ‘orgaancomplicaties’ treden over het algemeen pas na jaren op. Gelukkig kunnen de eerste tekenen van orgaanbeschadiging door de arts al heel vroeg opgespoord worden en kan een preventieve behandeling gestart worden. Hierdoor wordt het ontstaan van klachten ruimschoots uitgesteld. Het is dus van groot belang dat onderzoek naar eerste tekenen van orgaanschade jaarlijks plaatsvindt. Het gaat om het onderzoek van bloed, urine, ogen, zenuwen en bloeddruk. Rokende patiënten worden met klem geadviseerd te stoppen.

Meten van de glucosewaarden

Naast een zo goed mogelijke regulatie van de glucosewaarden en het voorkomen van orgaanschade is het derde doel van de behandeling dat de patiënt een zo normaal mogelijk leven kan leiden. Wat normaal is, bepaalt de patiënt uiteraard zelf. Om deze drie behandeldoelen te bereiken, zijn er verschillende soorten insuline, insulinepennen en pompjes. Het zelf meten van de glucosewaarden kan op allerlei manieren plaatsvinden: met een glucosemeter (vingerprik) variërend van af en toe, tot een dagcurve meermalen per dag, al dan niet gekoppeld aan de computer of smartphone. Ook is het mogelijk om de glucosewaarde continu met een sensor te meten.

Al deze behandelingen hebben voor- en nadelen en er wordt samen met de patiënt gekozen voor de meest optimale oplossing in zijn/haar situatie. De artsen en diabetesverpleegkundigen van Ziekenhuis Gelderse Vallei zijn ervaren en geschoold in de toepassing van alle technieken die bij de behandeling van diabetes mellitus worden gebruikt.