Ondervoeding

Bij ondervoeding is er sprake van een disbalans tussen de voedingsinname en de voedingsbehoefte. Dit leidt vaak tot ongewenst gewichtsverlies, voornamelijk verlies van spiermassa. Ondervoeding heeft directe gevolgen voor het dagelijks functioneren.

Ondervoeding beperkt de dagelijkse activiteiten, zoals boodschappen doen, traplopen of activiteiten met kinderen of kleinkinderen. Ondervoeding vergroot bovendien de kans op complicaties bij ziekte en vertraagt het herstel.

Oorzaken van ondervoeding

Ondervoeding kent verschillende oorzaken:

  • Infectie, chronische aandoening, kanker. Deze aandoeningen zorgen voor veranderingen in het metabolisme (de stofwisseling). Hierdoor breekt het lichaam sneller spiermassa af. Meestal heeft de patiënt ook een verminderde eetlust. Dit versnelt het proces van ondervoeding. Helpt gewoon eten niet om de voedingsinname te verbeteren? Dan schrijft de arts vaak drinkvoeding voor, en soms zelfs sondevoeding of parenterale voeding
  • Ondervoeding bij ziekte, zonder veranderingen in het metabolisme. Denk aan patiënten die een beroerte hebben gehad, patiënten met een slikstoornis of patiënten met dementie. Bij hen is er geen sprake van veranderingen in de stofwisseling als oorzaak van de ondervoeding. Wanneer hun voeding wordt aangepast, zal dat waarschijnlijk direct leiden tot verbetering van de voedingstoestand. Bij voorkeur blijft hierbij het bestaande voedingspatroon zoveel mogelijk in stand, met daarin kleine veranderingen. Denk aan het gebruik van volle producten in plaats van magere producten, meer hartig broodbeleg en een extra klontje boter of room bij de warme maaltijd.