Trombose

Bij een trombosebeen ontstaat er een bloedstolsel in een ader die het bloed vanuit het been terugvoert naar het hart. Een longembolie ontstaat als er een stolsel vastloopt in de bloedvaten naar de longen. Vaak is zo’n stolsel losgeschoten uit het stolsel in een trombosebeen.

Trombosebeen

Bij een trombosebeen ontstaat er een bloedstolsel in een ader die het bloed vanuit het been terugvoert naar het hart. Dit kan de bloedafvoer van het been belemmeren en leiden tot een dik, gespannen, rood en pijnlijk been. Eigenlijk spreken we pas echt van een trombosebeen als het stolsel in een diepliggende ader boven het niveau van de knie zit, een zogenaamde diep veneuze trombose.

Longembolie

Een longembolie ontstaat als er een stolsel vastloopt in de bloedvaten naar de longen toe. Vaak is zo’n stolsel losgeschoten uit een stolsel in een trombosebeen, maar dat hoeft niet. De bloedvoorziening van een deel van de long komt door de longembolie in het gedrang. Dit kan leiden tot plotselinge benauwdheid, pijn op de borst of pijn bij het inademen. In ernstige gevallen kunnen problemen met de bloedsomloop (lage bloeddruk, snelle hartslag) optreden. In potentie is dit een levensbedreigende aandoening, waarvoor soms een ziekenhuisopname nodig is om de behandeling goed in te stellen.

Oorzaken trombose

Mogelijke oorzaken van een trombosebeen of longembolie kunnen zijn:

  • een recente operatie; vooral bij heup- en knieoperaties is het risico op trombose sterk verhoogd
  • stagneren van de bloedstroom in de beenader(en) of bij ernstige spataderen
  • een verhoogde neiging tot bloedstolling, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het eerder hebben doorgemaakt van een trombosebeen of longembolie
  • periode van het kraambed
  • een kwaadaardige of andere ernstige ziekte
  • het gebruik van anticonceptie
  • roken en overgewicht (verhogen lichtelijk de kans op een trombosebeen of longembolie)

Diagnose trombose

De diagnose van een trombosebeen wordt normaal gesproken gesteld met behulp van een echo van het been. Hierdoor wordt het stolsel in de ader zichtbaar gemaakt. De diagnose van een longembolie wordt doorgaans gesteld door middel van een CT-scan. Na toediening van contrastvloeistof per infuus kan het stolsel zichtbaar worden gemaakt.

Met behulp van een bloedtest (D-dimeerbepaling) kan een trombosebeen of longembolie in sommige gevallen uitgesloten worden zonder dat een echo of CT-scan nodig is.

Behandeling trombose

De behandeling van een trombosebeen en longembolie is grotendeels hetzelfde. Om te voorkomen dat het stolsel aangroeit en aanleiding geeft tot meer klachten, wordt er gestart met antistolling. In de meeste gevallen zal het lichaam zelf het bloedstolsel in het been of de longvaten opruimen. Er kan echter een reststolsel achterblijven. Dit hoeft geen probleem te zijn.

De antistollingsbehandeling bestaat meestal uit tabletten. Er zijn tegenwoordig verschillende soorten. Acenocoumarol of fenprocoumon werken pas na een aantal dagen en moeten worden voorafgegaan door direct werkende antitrombosespuitjes. De patiënt kan deze zelf toedienen na instructie. Controle van de trombosedienst is hierbij nodig.

Er zijn ook tabletten (apixaban, rivaroxaban, edoxaban en dabigatran) waarbij geen controle van de trombosedienst nodig is.
Bij een trombosebeen wordt ook regelmatig een steunkous voorgeschreven ter preventie van het posttrombotisch syndroom (vocht in de enkels, zware benen, huidafwijkingen en in het ergste geval huidwonden). Deze steunkous moet bij voorkeur de hele dag gedragen worden, gedurende minimaal 2 jaar.

Daarnaast is het van belang dat uw behandeld arts probeert een verklaring voor het trombosebeen of de longembolie te vinden, al zal dat lang niet altijd lukken. Afhankelijk van de verklaring wordt de duur van de antistollingstherapie bepaald. Vaak duurt de therapie 3 of 6 maanden bij de eerste keer dat trombose optreedt, in sommige gevallen zelfs langdurig (onbepaalde duur). Wanneer trombose vaker optreedt, kan hier vanaf geweken worden.

Wat kunt u zelf doen?

Met name de nieuwe antistollingsmedicijnen (NOAC's) moeten heel consequent worden ingenomen. Ze werken maar kort en de beschermende werking is snel voorbij. Het consequent dragen van de steunkousen is belangrijk ter preventie van vocht in de benen en als gevolg daarvan huidproblemen (post-trombotisch syndroom).

Vooruitzichten

Meestal verdwijnen de klachten bij een trombosebeen of longembolie na enkele weken behandeling.