Verwijding van grote buikslagader

Een aneurysma is een plaatselijke verwijding van een slagader. Het hoeft geen klachten te geven en wordt vaak bij toeval ontdekt. Een aneurysma kan gevaarlijke complicaties geven. Het kan onverwacht scheuren of er kunnen bloedstolsels of kalkstukjes afbreken en een slagader naar de benen verstoppen.

Hoe ontstaat een aneurysma?

Een verwijding van de grote buikslagader (aorta) is meestal een gevolg van vet en kalk dat zich op de wand heeft afgezet. Dit heet artherosclerose. Het vet en de verkalking verzwakken de wand. Onder invloed van onze bloeddruk zet de slagader uit en veert weer wat terug. Op de plek waar de vaatwand is verzwakt, is hij minder veerkrachtig, waardoor er een soort ballon (aneurysma) kan ontstaan.

Risicofactoren voor het ontstaan van een aneurysma zijn:

  • roken
  • hoge bloeddruk
  • overgewicht
  • een zwakke plek in een slagader
  • erfelijke aandoeningen
  • een zware klap

Klachten bij een aneurysma

Een verwijding van de grote buikslagader kan lang bestaan zonder dat u daar iets van merkt. Het wordt vaak bij toeval ontdekt tijdens een lichamelijk onderzoek of röntgenonderzoek van de buik. Soms zijn er vage pijnklachten in de buik of rug. De verwijde aorta drukt dan tegen de omliggende organen, zenuwen of wervelkolom.

Diagnose en behandeling

Via verschillende onderzoeken zoals een röntgenfoto of CT scan, stelt de vaatchirurg de ernst van het aneurysma vast. De zwakke plek kan worden verholpen door het aangetaste bloedvat te dotteren, door een bypass-operatie of door een operatie via de EVAR-procedure waarbij de chirurg een stent in het bloedvat plaatst.  

Wat u zelf kunt doen?

Een gezonde leefwijze is aan te raden. Dit wil zeggen:

  • niet roken
  • voldoende lichaamsbeweging
  • zorg voor een juist gewicht
  • verantwoorde voeding

Verder zijn er geen speciale beperkingen of regels waar u zich aan moet houden.

Emotionele gevolgen

Tijdens uw herstel pakt u langzaam de draad van het dagelijks leven weer op. Het kan zijn met aanpassingen. U kunt daarover praten met lotgenoten, maar ook hulp vragen van een deskundige. Bespreek het met uw huisarts of specialist.