Ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme is het gevolg van een infectie met een bacterie: de Borrelia burgdorferi. Deze bacterie wordt overgedragen via een tekenbeet.

Verschijnselen bij de ziekte van Lyme

Nadat de bacterie via de tekenbeet het lichaam binnendringt, vermenigvuldigt de bacterie zich in zijn gastheer. Er ontstaat een immuunreactie waardoor antistoffen ontstaan. Deze antistoffen zijn in de meeste gevallen in staat de ziekte te beteugelen. In een aantal gevallen ontstaan er wel klachten. De ziekte kan een grillig verloop hebben. Wanneer er ziekteverschijnselen ontstaan, worden deze in 3 stadia ingedeeld.

Stadium 1: lokale infectie

Binnen 4 tot 10 dagen ontstaat er op de plek van de tekenbeet een niet pijnlijke of jeukende rode vlek die zich langzaam uitbreidt, vaak met een centrale verbleking. De teek is dan meestal niet meer aanwezig.

Stadium 2: vroege uitbreidende infectie

Als de bacterie in de bloedbaan terechtkomt, kan deze zich door het lichaam verspreiden. De bacterie kan zich nestelen in verschillende organen (zoals gewrichten, het hart en ook het zenuwstelsel) en kan aanleiding geven tot pijnlijke gewrichtsontstekingen, hartritmestoornissen of uitval van zenuwen aan het hoofd (bijvoorbeeld aangezichtszenuw verlamming) of het ruggenmerg.

Stadium 3: late (chronische) ziekte van Lyme

Er zijn aanwijzingen dat een infectie met de Lyme bacterie kan leiden tot een chronische infectie. Hiervan spreken we als de klachten meer dan een jaar bestaan; klachten kunnen in de tijd wisselen in ernst en intensiteit. Vaak zijn meerdere orgaansystemen aangedaan en klachten zijn weinig specifiek. De typische chronische ziekte van Lyme bestaat eigenlijk niet. Wat symptomen betreft is er een overlap te zien met ziekten als chronisch vermoeidheidssyndroom en fibromyalgie.

Diagnose

Er worden verschillende technieken gebruikt om de ziekte van Lyme te diagnosticeren. Elke techniek heeft zijn eigen gevoeligheid. De meest gebruikte techniek is die van de bepaling van antistoffen. De interpretatie van dit onderzoek kan lastig zijn omdat de antistoffen bij een eerder doorgemaakte infectie in het lichaam aantoonbaar blijven. Bij een stadium 2 wordt tevens onderzoek verricht gericht op de vermoedelijke locatie.

Als er gedacht wordt aan een neuroborreliose (ziekte van Lyme in de hersenen) kan dit worden aangetoond via een ruggenprik waarbij hersenvocht wordt afgenomen. Het hersenvocht wordt getest op aanwezigheid van antistoffen of tekenen van ontsteking. Vaak wordt dit gecombineerd met een MRI-scan van de hersenen of het aangedane gebied.