Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes is een stoornis in de suikerstofwisseling die ontstaat tijdens de zwangerschap. Deze vorm van diabetes verdwijnt vrijwel altijd weer na de zwangerschap. Vandaar de benaming ‘zwangerschapssuiker’ (diabetes gravidarum).

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Om glucose vanuit het bloed de cellen van het lichaam binnen te laten gaan, is insuline nodig. Insuline is een hormoon dat in de alvleesklier (pancreas) wordt gemaakt. De zwangerschap vraagt na verloop van tijd steeds meer energie en dus ook meer glucose. Om deze glucose te kunnen benutten, is steeds meer insuline nodig. Tegelijkertijd maken de zwangerschapshormonen het lichaam ongevoeliger voor insuline.

De voortdurend stijgende hoeveelheid zwangerschapshormonen kan op een bepaald moment een te grote belasting worden voor de alvleesklier. De alvleesklier kan uiteindelijk niet meer aan de verhoogde vraag naar insuline voldoen. Het gevolg is dat onvoldoende glucose vanuit het bloed in de cellen kan worden opgenomen en de glucosewaarde in het bloed stijgt.

Zwangerschapsdiabetes ontstaat over het algemeen pas in de tweede helft van de zwangerschap. Na de bevalling verdwijnt deze vorm van diabetes vrijwel altijd. Voor meer informatie over zwangerschapsdiabetes en de behandeling, zie folder Zwangerschapsdiabetes.

Wat kunt u zelf doen?

Wanneer u eenmaal zwangerschapsdiabetes heeft gehad, heeft u meer kans op het krijgen van diabetes mellitus type 2. Het is daarom van belang dat u jaarlijks uw glucosewaarde in het bloed laat bepalen bij de huisarts. Naast gezonde voeding, is een gezond gewicht en voldoende beweging van belang.

Wanneer u te zwaar bent, probeer na de kraamtijd en lactatieperiode af te vallen. Het advies is om dagelijks minimaal 30 tot 45 minuten een matige inspanning te leveren en 2 keer per week te sporten. Matig intensieve inspanning wil zeggen: niet forceren maar u moet wel voelen dat u zich heeft ingespannen.