Stappenplan VBI

Onderstaande stappen worden doorlopen door arts en verpleegkundige in samenspraak met de patiënt of zijn/haar vertegenwoordiger.

Indien er sprake is van een noodsituatie doorloopt de verpleegkundige samen met een collega verpleegkundige de stappen 1 tot en met 3, daarna volgt gelijk stap 6. Stap 4 en 5 volgen daarna. 

Stap 1: vaststellen en analyseren van het gevaar

Is er sprake van:

  • gevaar voor patiënt en/of zijn omgeving
  • een noodsituatie (in geval van een noodsituatie raadpleeg een collega bij de besluitvorming)

Stap 2: bepaal in samenspraak met arts en naasten het doel van de maatregel: gevaar beperken, afwenden of risico-acceptatie

Stap 3: keuze voor soort vrijheidsbeperkende maatregel. Kies voor de minst ingrijpende maatregel. De ernst van de maatregel en hoe dicht de maatregel zich bij het lichaam bevindt, bepalen hoe ingrijpend een maatregel is. Maak zoveel mogelijk gebruik van alternatieven, in overleg met naasten. 

Stap 4: vaststellen wilsonbekwaamheid door arts. De wils(on)bekwaamheid kan fluctureren en is afhankelijk van de geestelijke cq lichamelijke gesteldheid waarin de patiënt zich bevindt.

Stap 5: vragen van toestemming vertegenwoordiger. Leg de vertegenwoordiger uit wat de aanleiding, doel en ingezette interventie is en bespreek eventuele risico-acceptatie. 

Stap 6: uitvoeren van de VBI volgens het desbetreffende protocol. Werk zoveel mogelijk samen met een collega om een patiënt te fixeren. 

Stap 7: 

  • rapporteer per dienst in het dossier de noodzaak tot vrijheidsbeperking, voor welke interventie gekozen is en welk effect de VBI heeft op de patiënt. Noteer op het actieblad de gekozen interventie en de toepassing ervoor
  • vul samen met de arts het registratieformulier 'middelen en maatregelen' in en laat dit ondertekenen door de vertegenwoordiger. Doe dit bij zowel aanvang als beëindiging van de VBI.