‘Plassen, rusten, plassen’, het werkt

januari 2018

Blaastraining helpt kinderen met overactieve blaas

Heel nauwkeurig zet Ilane de Ligny (9) uit Ede haar handtekening op een kaartje. Hiermee geeft ze het ziekenhuis toestemming om haar foto in deze krant te gebruiken: ‘Ik wil wel iets zeggen over mijn training. Ik leerde dingen waardoor mijn blaas groter is geworden.’ Samen met haar moeder Marjolein doet ze een ‘eindgesprek’ met kinderarts Marja Koppejan en urotherapeut Renske van den Berg.

De woorden ‘nat’ en ‘droog’ vallen regelmatig. Ilane weet er alles van! Ze heeft een paar maanden geleden haar Koos Kikkerdiploma gehaald op de polikliniek kindergeneeskunde, die al 10 jaar de ‘Kurkdroogpoli’ heet. Kinderarts Marja Koppejan: ‘Als kinderen met plasproblemen bij ons komen, doen we eerst een aantal onderzoeken. We brengen in kaart of een blaastraining succesvol kan zijn. Bij Ilane was er sprake van een overactieve blaas. Vaak plassen, urine niet kunnen ophouden. Dan schakelen we de urotherapeuten van de kurkdroogpoli in die met toewijding kinderen en ouders begeleiden en trainen.’

Training

‘Het programma bestaat uit 3 stappen’ vervolgt Marja Koppejan. ‘Bij de 1e stap gaat het kind vaker plassen zodat het droog blijft. Bij de 2e stap geven we medicatie om de blaas te ontspannen en doen de kinderen vooral ‘ophoudoefeningen’. Stap 3, als de blaas op het volume is dat bij de leeftijd van het kind past, is plassen op vaste tijden. Hierdoor wordt aangeleerd hoe een ‘normale’ blaas functioneert, want dat gaat niet vanzelf.’

Groter

Renske van den Berg: ‘Ilane was 6 jaar toen ze bij ons op blaastraining kwam. Ze dacht: ‘Als ik weinig drink, dan hoef ik niet zo vaak te plassen.’ Dat klinkt logisch maar werkt averechts als je traint om de blaas groter te maken. Dan moet je juist genoeg drinken en oefenen met ophouden van je plas. Urine wordt ook geconcentreerder als je weinig drinkt en dat prikkelt de blaas juist.’ Dus leerde de verpleegkundige het meisje nieuwe gewoonten. Ilane: ‘Soms vergat ik de oefening, maar dan belde Renske mij op.’ Moeder Marjolein: ‘Nu weet Ilane precies hoe het moet, zoals ’s avonds, dan gaat zij plassen, rusten, plassen voor het slapengaan. Ze leest dan nog een half uurtje een boek. Een vaste gewoonte die goed werkt.’

Openheid

Met een brief van de polikliniek zijn Ilane’s leerkrachten geïnformeerd over de blaastraining. Soms had Ilane een horloge met wekkertje waardoor zij wist wanneer het tijd was om te gaan plassen. ‘Informatie en openheid is daarom heel belangrijk. Kinderen met een overactieve blaas moeten vaker en/of op bepaalde tijden even naar het toilet. Dat is geen aanstellerij.’ legt de moeder van Ilane uit. ’Ik mag nu gaan plassen als ik moet. Dan ga ik even de klas uit, zonder dat ik anderen stoor.’ zegt Ilane met enige trots.

Urotherapie

Wanneer het plassen niet vanzelf, normaal gaat is er een behandeling voor de dysfunctie van de lagere urinewegen, de zgn. urotherapie. De therapie is bedoeld voor kinderen met bijvoorbeeld ongewild urineverlies, niet goed leeg kunnen plassen, blaas- of nierbekkenontstekingen en/of bedplassen. Het trainingsprogramma duurt ongeveer een half jaar en bestaat uit trainingsgesprekken en oefeningen. 1x per 6 weken op de poli, 1x per 2 weken telefonisch.

Training

Het is een combinatie van cognitieve-, gedrags- en fysieke training. De kinderen en jongeren leren meer over hun blaas, worden geholpen om nieuwe gedragingen op dit gebied toe te passen en vol te houden. Vaak wordt deze behandeling ondersteund door medicijnen die op de blaas werken. Het doel is om het plaspatroon van het kind te normaliseren. Bij urotherapie wordt rekening gehouden met het totale proces van zindelijk worden: van blaasvulling tot ontlediging overdag en ’s nachts. Urotherapie is effectief bij 70 – 80% van de kinderen. Meer informatie over de behandeling en aanmelding:

Drinken

Veel ouders vragen zich af wat de juiste vochtintake voor een kind is. Het volgende advies geldt: Kinderen 4 -8 jaar, 5 bekers van 200 ml. Kinderen vanaf 8 jaar, 7 bekers van 200 ml per dag.

Wat is een uroflowmeter?

Kinderarts Marja Koppejan: ‘Een uroflowmeter of computer-wc is een systeem waarmee we de manier van plassen registreren, zoals de grootte, de snelheid en de duur van de plas, het aanspannen van spieren. Het kind plast op een postoel met een computerweegschaal. De computer registreert en toont een grafiek. Het onderzoek is niet belastend voor het kind. Het systeem wordt ook gebruikt als biofeedback training voor kinderen met plasproblemen. Zo kunnen zij tijdens het plassen kijken of zij de instructies op de juiste manier toepassen. [Na het plassen wordt er altijd een blaasecho gemaakt om te kijken of er goed leeg geplast is.] ’