Botox behandeling

Patiënten met een verhoogde spieractiviteit kunnen worden behandeld met botox. Dit gebeurt vooral bij patiënten met dystonie. Een kleine hoeveelheid botox wordt geïnjecteerd in de spieren. Botox is een merknaam voor de stof botulinetoxine. Dit is een natuurlijk eiwit dat geproduceerd wordt door de bacterie clostridium botulinum.

Wanneer een injectie met botox?

Botox wordt vooral gebruikt bij patiënten met:

  • een vorm van dystonie, zoals torticollis of blefarospasme
  • hemifacialisspasme
  • overmatig werkende zweetklieren

Door de behandeling met botox blijven de klachten een paar maanden vrijwel weg. Deze behandeling wordt elke 2 tot 3 maanden herhaald.

Hoe werkt een injectie met botox?

Met een EMG onderzoek bepaalt de neuroloog nauwkeurig op welke plaats de botox moet worden ingespoten. De botox wordt in zeer kleine hoeveelheden ingespoten op die plaats. Daar blokkeert botulinetoxine de zenuw die de verkrampte spier aanstuurt. De spier verslapt en de dystonie neemt af. Hoeveel injecties nodig zijn, verschilt per behandeling. Dystonie verbetert meestal 3 tot 14 dagen na het injecteren. Het effect is maximaal na 6 weken en duurt gemiddeld 12 weken. Daarna verdwijnt de botox uit het lichaam en gaat de spier weer verkrampen.

Wanneer een behandeling met botox?

De neuroloog vraagt meestal eerst een EMG onderzoek aan. Tijdens dit onderzoek wordt bepaald of er sprake is van verhoogde spierspanning in de desbetreffende spieren. En zo ja, in welke mate. Aan de hand hiervan beslist de neuroloog of een botox-behandeling zin heeft. U krijgt dan een afspraak op het botox spreekuur. Daar krijgt u de injectie met botox. De neuroloog bepaalt hoeveel botox er nodig is. Dit hangt onder andere af van de gespannenheid en de grootte van de spier en de hoeveelheid botox die de vorige keer is geïnjecteerd.