Cochleair implantaat

Een cochleair implantaat is een een hoortoestel dat verankerd is in het bot. Het bestaat uit een implantaat, koppelstuk en geluidsprocessor. Het implantaat groeit vast in het schedelbot achter het oor. Een cochleair implantaat wordt geplaatst tijdens een operatie.

Wanneer een cochleair implantaat?

Cochleaire implantaten zijn botverankerde hoortoestellen. Deze hoortoestellen werken via directe beengeleiding. Zoals de Baha van Cochlear en de Ponto van Oticon Medical. Een beengeleidingssysteem kan gebruikt worden bij gehoorverliezen van 50 à 60 dB HL. Onze KNO-artsen werken nauw samen met het Audiologisch centrum in Ziekenhuis Gelderse Vallei (Pento). Daar kan eerst getest worden of een patiënt in aanmerking komt voor een botverankerd hoortoestel.

Voor wie?

Botverankerde hoortoestellen zijn een goede oplossing voor mensen die met een regulier hoortoestel niet goed genoeg geholpen kunnen worden. Of voor mensen met eenzijdige binnenoordoofheid of mensen die door chronische oorontstekingen geen gewoon hoortoestel kunnen dragen. Een implantaat voor een botverankerd hoortoestel is te plaatsen vanaf ongeveer 5 jaar. Op jongere leeftijd kan gebruik worden gemaakt van een zogeheten ‘softband’. Een softband is een elastieke band met een plastic plaatje waarop een geluidsprocessor wordt geklikt. Zowel Cochlear als Oticon leveren een dergelijke softband.

Hoe werkt een botverankerd hoortoestel?

De geluidsprocessor zet het geluid om in mechanische trillingen. Deze trillingen worden direct aan het binnenoor (slakkenhuis) door gegeven. Daarom spreekt men van directe beengeleiding. Hierdoor blijft de sterkte van het geluid zoveel mogelijk behouden.

Wanneer een botverankerd hoortoestel?

Een botverankerd hoortoestel wordt bij de volgende hoorproblemen gebruikt:

  • gehoorgangstenose of atresie van de gehoorgang
  • middenoorproblemen
  • chronische oorontsteking
  • eenzijdige binnenoordoofheid

Emotionele gevolgen

Het kost tijd en doorzettingsvermogen om de implantatie en revalidatie tot een succes te maken. Neem daar voldoende tijd voor. Vraag bijvoorbeeld iemand uit uw omgeving om als oefenpartner op te treden. Tijdens een hoortraining laat de hoortherapeut zien welke oefeningen u samen kunt doen.