Insuline behandeling diabetes

De behandeling van diabetes mellitus kan bestaan uit het toedienen van insuline via injecties (of een insulinepomp). Dankzij insuline kunnen cellen glucose opnemen en gebruiken als brandstof. Door steeds de juiste hoeveelheid insuline te spuiten, kunnen de cellen genoeg glucose opnemen. Het lichaam kan op deze manier normaal functioneren.

Wat is insuline?

Insuline is een hormoon dat gemaakt wordt door de alvleesklier (pancreas). Het zorgt ervoor dat de glucose (suiker) uit onze voeding via het bloed in de lichaamscellen terechtkomt. De behandeling van diabetes bestaat onder meer uit het toedienen van insuline.

Door het tekort aan insuline kan er geen glucose vanuit het bloed in de weefsels worden opgenomen. Gevolg is dat de glucosewaarde in het bloed (bloedsuikerspiegel) stijgt waardoor klachten ontstaan (dorst, veel plassen). Bij stabiele glucosewaarden tussen de 4 en 8 mmol/l voelt u zich het prettigst. Om dit te bereiken, kunt u (meerdere keren per dag) insuline toedienen.

Het toedienen van insuline zult u, in de meeste gevallen, uw leven lang moeten doen. Doet u dat niet, of niet consequent, dan ontstaan er op korte of langere termijn complicaties.

Insuline toedienen

Insuline kan op 2 manieren worden gegeven:

  • via injecties
  • via een insulinepomp, dit kan in een later stadium van de behandeling

Een insulinepomp is niet voor iedereen geschikt. Insuline is er helaas niet in tabletvorm. Insuline kan namelijk niet tegen maagzuur: het wordt hierdoor onwerkzaam.

Schema van injecteren

Het schema van injecteren is verschillend per persoon en mede afhankelijk van de vorm van diabetes. Uw schema wordt bepaald aan de hand van uw glucosewaarden en uw eet- en leefpatroon.

Waarom insuline spuiten?

Het eerste doel van de behandeling is het verhelpen van acute klachten (dorst, veel plassen). Het volgende doel is om de glucosewaarden zo normaal mogelijk te houden. Dit om complicaties aan bloedvaten, hart, ogen, nieren en zenuwen te voorkomen. Het derde doel van de behandeling is om de kwaliteit van leven te optimaliseren.

Soorten insuline

De meest gebruikte soorten insuline zijn:

  • snelwerkende insuline spuit u bij de maaltijden: het vangt de glucosepiek op na het eten, de dosering is afhankelijk van de maaltijd, de inspanning en de bloedglucosewaarde
  • langzaam werkende insuline spuit u 1 x per dag rond een vast tijdstip: er circuleert dag en nacht een lichte dosering insuline in het bloed, dit is meestal een vaste dosering

Waar en hoe injecteert u?

Insuline spuit u met een korte dunne naald onder de huid, in het onderhuidse vetweefsel. Het toedienen van insuline gebeurt met een insulinepen. Er zijn verschillende soorten pennen. De verpleegkundige leert u hoe u dit moet doen.

De techniek van het injecteren is belangrijk. Door op de juiste plek en correct te injecteren, werkt u aan een goede glucosewaarde in het bloed. Als insuline verkeerd of in een verkeerde dosering geïnjecteerd wordt, kunnen er complicaties ontstaan zoals te hoge (hyper) en te lage (hypo) glucosewaarden.