Niertransplantatie

Nieren zuiveren het bloed van afvalstoffen. Als de nieren niet goed werken, zuiveren ze het bloed onvoldoende. Er zijn behandelingen die de werking van de nieren overnemen. Daarvan is niertransplantatie de beste oplossing. Dat betekent dat u tijdens een operatie een gezonde nier van een donor krijgt.

Wat is een niertransplantatie?

Als uw nieren niet goed werken, kan een niertransplantatie de beste behandeling zijn. Of dat zo is, besluit u samen met uw specialist nierziekten (nefroloog). Een transplantatie heeft alleen kans van slagen als de donornier goed bij u past. Hoe beter het past, hoe kleiner de kans dat uw lichaam de nieuwe nier afstoot.

Bij de overweging spelen uw medische en persoonlijke situatie een rol. Bijvoorbeeld: heeft u nog andere ziektes of ziet u op tegen de bijwerkingen van de nieuwe nier.

Waar gebeurt de niertransplantatie?

De nefroloog verwijst u door naar een transplantatiecentrum, meestal het Radboud UMC Nijmegen. Daar doen ze voorbereidend onderzoek, de transplantatie en de controles het eerste jaar na de transplantatie.

Plaatsing van de donornier

Uw nieren liggen achter in de buikholte aan weerszijden van de wervelkolom, ongeveer ter hoogte van de taille. De donornier komt link- of rechtsonder in de buik te liggen, aan de voorzijde van uw lichaam. Dit gebeurt om meerdere redenen:  

  • die plek is tijdens de operatie goed te bereiken  
  • de nieuwe nier ligt zo dichter bij de blaas en de bloedvaten naar de nier. Dat is handig omdat de donornier een kortere urineleider en bloedvaten heeft  
  • bij problemen met de donornier kunnen we er makkelijk bij om een punctie te doen (onder verdoving een stukje van de nier weghalen om te onderzoeken)

‘Sinds kort ben ik getransplanteerd, dat is een spannende tijd geweest. Werken gaat nog niet, maar ik hoop dat in de toekomst weer op te kunnen pakken' - Bianca Versteeg

Levenslang medicijnen

Uw afweersysteem beschermt uw lichaam tegen indringers van buitenaf zoals bacteriën en virussen. Het ziet de donornier ook als iets dat niet in uw lichaam thuishoort. Als reactie gaat het de donornier te lijf. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom moet u medicijnen slikken. Die heten immunosuppressiva (immuno = afweer; suppressiva = onderdrukkend).

Deze medicijnen moet u levenslang innemen. Want het is helaas niet zo dat uw lichaam de donornier ooit als eigen zal zien. Het is belangrijk de medicijnen altijd op het juiste tijdstip te nemen. Op een ander tijdstip nemen of een keertje overslaan vergroot de kans op afstoting.

Na niertransplantatie

Na een geslaagde niertransplantatie:  

  • mag u weer normaal eten en drinken  
  • behoren dieet en vochtbeperking tot het verleden  
  • voelt u zich fitter  
  • krijgt u meer honger

Sommige medicijnen tegen afstoting geven een hongergevoel. Na een transplantatie komen de meeste mensen dan ook enkele kilo’s aan. Om gezondheidsklachten te voorkomen, adviseren wij overgewicht te voorkomen.