Jaarlijkse controle van bloed en urine op het laboratorium

Het jaarlijkse onderzoek op het laboratorium is om te kijken hoe het met jouw nieren, schildklier en vetten gaat. Verder kijken wij naar gerelateerde (auto-immuun)ziektes zoals schildklierproblemen, coeliakie. Afwijkingen (complicaties) zijn in principe goed te behandelen.

Het jaarlijkse bloedonderzoek voeren wij uit op het laboratorium. Voor dit onderzoek moet je nuchter zijn. Ter voorbereiding lever je op de ochtend van het onderzoek een potje plas (urine) in. In de plas wordt gekeken naar de hoeveelheid eiwitten, een graadmeter voor jouw nierfunctie.

Het onderzoek
Op het laboratorium prikken ze met een dunne naald in een ader en nemen ze een paar buisjes bloed af. Mocht je het vervelend vinden, dan kan je eventueel van te voren wat Emlazalf gebruiken om de plek te verdoven waar ze gaan prikken. Ook kunnen we aan de pedagogisch medewerkers van de kinderafdeling vragen of zij met jou meegaan bij het bloedprikken. Zij kunnen je helpen met ontspannen en oefeningen/afleiding geven om het voor jou zo prettig mogelijk te maken.

Het bloed wordt na het bloedprikken nagekeken op een heleboel onderdelen, zoals je nierfunctie, vetten in het bloed, hormoonafwijkingen (schildklierproblemen) en coeliakie.

Bij diabetes komen afwijkingen aan de schildklier of coeliakie iets vaker voor. Door het jaarlijkse onderzoek kunnen wij deze mogelijke afwijkingen tijdig opsporen en behandelen.

Lange termijn complicaties

Complicaties op de langere termijn kunnen ontstaan als je diabetes niet goed ingesteld is. Dit noemen we lange termijn complicaties.

Problemen met hart en bloedvaten
Met diabetes heb je een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten, zoals een hartinfarct of herseninfarct (beroerte). Dit komt doordat de wanden van bloedvaten beschadigen door jarenlange hoge waarde van de bloedglucose. Dit gebeurt niet als je eens een kortere periode te hoog zit. Een gezonde levenstijl, gezonde voeding, veel beweging, niet gaan roken en een goed bloedsuikerspiegel (HBa1c) dragen bij aan het voorkomen van hart en vaatproblemen.

Oogproblemen
Het netvlies van de ogen kan beschadigd raken door hoge bloedglucosewaarden. Dit heet retinopathie. Daarom is het belangrijk dat je ieder jaar na de oogarts gaat. 

Nierproblemen
De nieren kunnen schade ondervinden door de diabetes. Dit heet nefropathie. Dit kan aangetoond worden in het bloedonderzoek (een verhoogd gehalte aan afvalstoffen), of in de urine (eiwitverlies). Het is belangrijk om de glucose en bloeddruk zo goed mogelijk te behandelen. Met het gebruik van een bepaalde medicijnen kan dit eiwitverlies worden verbeterd.

Voet problemen
Als de zenuwen in de voeten zijn aangedaan heb je minder gevoel in jouw voet. Soms kun je pijn minder goed voelen en ontstaan er wondjes aan de voeten. Daarom is het belangrijk om je voeten regelmatig te bekijken, Soms is een behandeling door een pedicure noodzakelijk. Zij/hij kan op een verantwoorde manier je nagels knippen, je voeten controleren om te voorkomen dat er problemen ontstaan. Belangrijk is wel dat de pedicure een diabetes aantekening heeft. Bij wondjes of andere problemen aan de voeten kan de kinderarts je doorverwijzen naar de podotherapeut.

Problemen met de zenuwbanen
Als er schade is opgetreden aan zenuwen (neuropathie) kun je dit merken aan een doof, tintelend of pijnlijk gevoel in voeten en/ of handen. Deze klachten kunnen verbeteren als de bloedglucosewaarde beter wordt ingesteld. Soms wordt een bepaalde soort pijnstiller voorgeschreven.