Looponderzoek

Een looponderzoek is een doppleronderzoek met inspanning. Eerst wordt de bloedstroom gemeten in de bloedvaten door middel van ultrageluid (dopplersignaal). Bij het vaststellen van de verschillende waardes, gaat u 5 minuten lopen op de loopband. Het doppler onderzoek gebeurt daarna opnieuw. Hierdoor is te achterhalen of door het lopen pijnklachten in de benen optreden en of hierbij dan ook de bloeddruk in de benen daalt.

U start met een doppleronderzoek met drukmeting dit gebeurt met een 'dopplertoestel'. Dit is een apparaat dat door middel van uitzenden en weer opvangen van ultrageluid, informatie geeft over de bloedstroom in bloedvaten. Het doppleronderzoek met drukmeting wordt onder andere gebruikt om de bloeddruk ter hoogte van de enkels te vergelijken met de bloeddruk in de arm. Het doel is om op een eenvoudige wijze vast te stellen of er sprake is van een doorbloedingsstoornis.

Het onderzoek

De polikliniekassistent vraagt u enkele kledingstukken uit te doen en te gaan liggen op de onderzoeksbank. De bloeddrukmeter wordt om uw arm (eventueel aan beide armen) aangebracht en daarmee wordt een aantal keer de bloeddruk gemeten. Dan wordt er met behulp van de doppler-probe (een soort pen) gezocht naar de slagaderen in uw benen aan beide zijden ter hoogte van de lies, bovenbeen, knieholte en voet.

Via het doppler-apparaat hoort u dan een kloppend geluid, dat is uw hartslag. Hierna meet de assistente aan beide enkels de bloeddruk met behulp van de bloeddrukmanchetten. De bloeddruk van uw arm en van uw enkel worden met elkaar vergeleken. Als de doppler signalen en de bloeddrukken zijn vastgesteld, krijgt u een looptest. Hierdoor is te achterhalen of door het lopen pijnklachten in de benen optreden en of hierbij dan ook de bloeddruk in de benen daalt.

De loopband

U loopt gedurende een paar minuten met een bepaalde snelheid (flink wandeltempo) op een loopband. De assistente noteert wanneer de pijn optreedt en waar de pijn voelbaar is. Voor u dus belangrijk om duidelijk en op tijd aan te geven wat u voelt. Het is de bedoeling dat u in totaal vijf minuten op de band loopt. Alleen als u echt niet meer verder kunt lopen, wordt de band eerder gestopt.

Na het lopen wordt opnieuw aan beide enkels en armen een bloeddruk gemeten. Bij aanwezigheid van een vaatvernauwing zal, door de geleverde inspanning, in de meeste gevallen een daling van de bloeddruk aan de enkels te meten zijn. Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten en vindt plaats bij de afdeling vaatdiagnostiek, vleugel B begane grond, bestemming 86.

De afdeling

Op de afdeling vaatdiagnostiek werken 5 vaatlaboranten en 1 leerling vaatlaborant. Zij werken nauw samen met de polikliniekassistenten van de chirurgen en de vaatchirurgen. Als u een afspraak heeft op de afdeling vaatdiagnostiek voor een doppleronderzoek, dan heeft u altijd aansluitend een afspraak met de vaatchirurg, zodat de vaatchirurg gelijk met u de uitslag kan bespreken.

De vaatchirurg kan zo direct met u de uitslag van het onderzoek bespreken. De vaatlaborant heeft direct contact met de vaatchirurg, waardoor de laborant eventueel tijdens het doppleronderzoek kan besluiten om een aanvullend onderzoek te doen. Bijvoorbeeld een teen- en/of vingerdrukmeting of een duplexonderzoek.