Teen- en vingerdrukmeting

Een teendrukmeting of vingerdrukmeting is een onderzoek waarbij de bloedtoevoer in uw tenen of vingers gemeten wordt. Dit gebeurt via een klein bloeddrukbandje en een sensor.

U krijgt een teen- of vingerdrukmeting omdat uw behandelend arts graag wil weten hoe goed de doorbloeding is van uw tenen en/of vingers. Open wondjes en/of verkleuringen aan de vingers en/of tenen die niet willen genezen kunnen aanwijzingen zijn dat de doorbloeding niet optimaal is. Omdat mensen met diabetes (suikerziekte) meer kans hebben op voetproblemen, kan dit onderzoek bij hen ook preventief gedaan worden, dus als er (nog) geen directe klachten zijn.

Het onderzoek

De polikliniekassistente vraagt u om schoenen en sokken (bij teendrukmeting) uit te doen en de mouwen op te stropen. Vervolgens neemt u plaats op de onderzoektafel of op een stoel (de teendruk wordt liggend gemeten, de vingerdruk wordt zittend gemeten). De polikliniekassistente bevestigt een bloeddrukband om uw beide armen. Vervolgens krijgt u aan de tenen of vingers een klein bloeddruk-bandje plus een sensor (soort knijpertje).

Provocatie

Soms heeft de behandelde specialist een extra onderzoek bij de vinger- en/of teendrukmeting aangevraagd, provocatie van de bloedvaten. Uw hand of voet wordt warmer of kouder gemaakt, door deze in een bak koud of wam water te doen. Daarna wordt de teen- en/of vingerdrukmeting herhaald. Het onderzoek duurt ongeveer 15 - 30 minuten en vindt plaats op de afdeling vaatdiagnostiek, vleugel B begane grond, bestemming 86.

De afdeling

Op de afdeling vaatdiagnostiek werken 5 vaatlaboranten en 1 leerling vaatlaborant. Zij werken nauw samen met de polikliniekassistenten van de chirurgen en de vaatchirurgen. Als u een afspraak heeft op het vaatdiagnostiek voor een teen- en/of vingerdrukmeting, heeft u altijd aansluitend een afspraak met de vaatchirurg, om de uitslag te bespreken.