Zwangerschapsonderzoeken

Tijdens uw zwangerschap kunt u verschillende onderzoeken ondergaan, bijvoorbeeld bloedonderzoek of bij diabetes.

Zelfcontrole bij zwangerschapdiabetes

Een te hoge glucosewaarde kan gevolgen hebben voor de zwangerschap en/of de bevalling, zowel voor uzelf als voor uw baby. Daarom is het belangrijk om bij zwangerschapdiabetes de glucosewaarde tussen de 3 en 7 mmol/l te houden. Met behulp van een vingerprik kunt u thuis uw glucosewaarde bepalen.

De diabetesverpleegkundige leert u zelf uw glucosewaarde in het bloed te controleren en een dagcurve te maken. Bij vrouwen met zwangerschapsdiabetes streven we naar een glucosewaarde tussen de 3 en 7 mmol/l. De glucosewaarde kunt u thuis meten met behulp van een speciaal apparaatje: een bloedglucosemeter. Met een kleine lancet prikt u in de zijkant van uw vinger. Vervolgens brengt u een druppeltje bloed op de teststrip in de meter. Binnen 5 seconden ziet u het meetresultaat. Instructie en gebruik kunnen per meter enigszins verschillen.

U krijgt de bloedglucosemeter tijdens het eerste bezoek op de polikliniek. De keuze van een meter wordt mede bepaald door:

  • de vergoeding door de zorgverzekeraar
  • het gebruiksgemak
  • de inzet voor therapie
  • of u een beperking heeft van de handfunctie of het gezichtsvermogen

Uw meter wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Checkt u hiervoor de voorwaarden van uw zorgpolis.

  • zorg voor schone, droge en warme handen; vieze en vochtige handen kunnen de meting onzuiver maken
  • gebruik geen oude of verlopen strips. Strips die uit het potje zijn gehaald, mogen niet meer worden gebruikt. Gebruik ook geen strips die over de datum zijn. Oude strips kunnen een onbetrouwbare meting geven.
  • gebruik lancetten maar 1 keer. Hergebruik lancetten niet. Uw vingertoppen kunnen anders onnodig beschadigd raken.

Bij zwangerschapsdiabetes maakt u 2 keer per week een dagcurve tot aan de bevalling.
Een glucose dagcurve bestaat uit de volgende 4 metingen:

  • glucosewaarde voor het ontbijt
  • glucosewaarde 1,5 uur na het ontbijt
  • glucosewaarde 1,5 uur na het middageten
  • glucosewaarde 1,5 uur na het avondeten

Op deze wijze kan een verhoging in de glucosewaarde tijdig worden opgespoord.

De behandeling bestaat in eerste instantie uit aanpassingen in uw voeding. U krijgt hiervoor een dieetadvies. De basis van uw dieet is een gezonde voeding. U moet wel extra letten op de verdeling van de koolhydraten. Wat u eet en hoeveel u beweegt, heeft direct invloed op de glucosewaarde in uw lichaam. En ook het tijdstip van eten en bewegen maakt uit. Als de glucosewaarden ondanks dieetaanpassingen bij herhaling boven de 7 mmol/l zijn, wordt behandeling met insuline overwogen.

Voor meer informatie zie de folder Zwangerschapsdiabetes.

Bloedonderzoek tijdens zwangerschap

Bij elke zwangere vrouw in Nederland wordt bloed geprikt. Dit gebeurt in het eerste trimester van de zwangerschap. Het bloed wordt onderzocht op bloedgroep en rhesus factor, antistoffen, hepatitis-B, Lues en HIV.

Meestal komen uit het bloedonderzoek geen onverwachte uitslagen. Maar als dat wel zo is, kan er op tijd een plan worden gemaakt. U krijgt dan bijvoorbeeld extra controles en medicijnen tijdens de zwangerschap en bevalling. Verder bepalen we rond 24 en 34 weken zwangerschap het ijzergehalte in uw bloed.

Blijkt uit het bloedonderzoek dat u rhesus-c of rhesus-d negatief bent? Dan krijgt u in de 27ste week van de zwangerschap extra bloedonderzoek. Als u rhesus-d bent en uw baby is rhesus-d positief, krijgt u een injectie met anti-D.

Soms kan het nodig zijn om andere aanvullende bloedonderzoeken te doen. Bijvoorbeeld:

  • om een zwangerschapsvergifiting op te sporen of uit te sluiten
  • om te bepalen of u zwangerschapsuiker (GTT) heeft. Dat kan het geval zijn als u obesitas heeft of al eerder zwangerschapsuiker heeft gehad. Meestal vind deze test plaats rond 24 weken zwangerschap, soms al eerder.