Met de beweegmeter meer gas geven

Zes verpleegafdelingen van Ziekenhuis Gelderse Vallei gebruiken beweegmeters om patiënten zoveel mogelijk in beweging te krijgen. Stilstand en stilliggen is immers achteruitgang. Hoewel: bij patiënt Zegert de Zeeuw toonde de slimme meter iets heel anders aan.

Een beweegmeter oogt als een geavanceerd horloge, zoals sporters die vaak gebruiken. Patiënten dragen ‘m aan een bandje rond de enkel. De meter is bedoeld voor mensen die minimaal twee nachten in het ziekenhuis moeten blijven en die -uiteraard- mogen bewegen.

Zegert de Zeeuw is zo iemand. Omdat hij een tijdje terug allerlei klachten ontwikkelde, werd hij opgenomen voor onderzoek in Ziekenhuis Gelderse Vallei. Hieronder zijn verhaal. Ook vroegen we Flora Strookappe of de meters het gewenste effect hebben. Flora is fysiotherapeut en een van de initiatiefnemers van het meten van bewegen als ‘standaardzorg’.  

Wat was er aan de hand?

Zegert: ‘Een paar weken terug kreeg ik onduidelijke klachten op mijn borst en ik sliep niet meer. Uit voorzorg werd ik opgenomen in Nieuwegein. Daar word ik behandeld voor een longziekte. De artsen wisten niet wat mijn klachten veroorzaakte. Ze dachten aan bijwerkingen van de medicatie die ik neem tegen Parkinson. Parkinson valt onder neurologie en mijn behandelend neuroloog is hier in de Gelderse Vallei in Ede. Daarom werd ik ook hier onderzocht. Ze wilden onder meer weten hoeveel ik bewoog. Minstens zes  zeven uur, liet de beweegmeter zien. Dat kwam doordat ik veel last had van trillen. Bewegen was voor mij de manier geworden om de tremor te beheersen. Maar ik deed het extreem, het was dwangmatig geworden en dat veroorzaakte klachten. Gelukkig was er iets aan te doen. De tremor wordt nu door aangepaste medicatie onderdrukt en ik dwing mezelf minder te bewegen.’

Hoeveel patiënten dragen inmiddels een beweegmeter en wat zijn de ervaringen?

Flora: ‘Op de afdeling neurologie gaat het om gemiddeld vijf personen per dag en bij ouderengeneeskunde circa acht per dag. De aantallen bij orthopedie, nefrologie en trauma weet ik zo niet. De reacties zijn heel positief. Patiënten kunnen met hulp van de verpleging of fysiotherapeut zien hoeveel ze bewogen hebben en of ze hun beweegdoelen hebben gehaald. We bespreken die doelen ook met hen. Ik merk dat de meter een extra motivatie kan zijn om nog maar eens een extra rondje te lopen. De scores zijn ook te zien op een groot scherm op de afdeling. Meer dan eens zie ik patiënten met hun familie bij dat bord staan en als het afgesproken doel niet is gehaald, gaan ze nog even de gang op of naar het restaurant. Natuurlijk is er ook wel eens iemand die niet wil. Dat begrijp ik. Er overkomt je al heel veel in het ziekenhuis. Voor sommigen is het nog niet haalbaar.’  

Zijn er al cijfers over wat de beweegmeters doen voor de gezondheid van patiënten?

Flora: ‘We kennen wel uitkomsten van individuele casussen. Die zijn positief. Het verhaal van Zegert is daarvan een goed voorbeeld. We hebben nog geen resultaten op basis van grotere groepen. Maar alles wijst erop dat mensen baat hebben bij deze meters. Ze worden daarom nu gebruikt op alle afdelingen waar volwassen patiënten liggen, met uitzondering van de IC. En bij kindergeneeskunde wordt er ook al over gesproken, hoorde ik. Verder denk ik dat je met de beweegmeters ook buiten het ziekenhuis gezondheidswinst en minder functieverlies zou kunnen bereiken. Bijvoorbeeld in verpleeghuizen, maar ook gewoon bij mensen thuis. Je merkt dat het mensen kan motiveren. En het geeft houvast: de data zijn goede gespreksstof. Een patiënt denkt soms ook wel eens te optimistisch over hoeveel hij op een dag beweegt.’

Aan de andere kant: een enkeling blijkt extreem veel te bewegen…

Zegert: 'Ik maakte heel wat rondjes door de gangen. Dat leverde vaak positieve reacties op, ook van verpleegkundigen die een duim opstaken of iets als ‘Goed bezig!’ zeiden. Wat me ook opviel, is dat je wandelend op de gang heel makkelijk in gesprek komt met andere patiënten.

Misschien is het een idee om op het scherm in de gang ook te melden hoeveel spiermassa je verliest als je stil in bed blijft liggen. Dergelijke kennis delen, dat doen jullie al goed. Ik denk dat het mensen helpt als ze informatie krijgen die op een positieve manier activeert. Dat geldt voor bewegen, maar ook voor bijvoorbeeld voeding. Als je op een toegankelijke manier kennis deelt, kan het ziekenhuis ervoor zorgen dat mensen zelf in actie komen. Daarmee stimuleer je de eigen verantwoordelijkheid. Daar mogen ziekenhuizen nog veel meer gas op geven!’  <<