Zult u heel zuinig op ze zijn?

Naast alle zorgen over de opnames van met corona besmette patiënten op de verpleegafdelingen en de IC’s van ons ziekenhuis en het verdriet over de mensen die als gevolg van het virus overlijden, is er gelukkig ook regelmatig goed nieuws. Dan gaat het bijvoorbeeld over de patiënten die met succes van de IC beademing afkomen en via de verpleegafdeling uit ons ziekenhuis worden ontslagen. Voor de patiënten en hun families zijn dat geweldige momenten. Maar dat geldt ook voor onze mensen op de IC’s en de verpleegafdelingen.

In de eerste plaats omdat hun zorg daaraan heeft bijgedragen. En in de tweede plaats omdat ze weten dat deze patiënten straks hun naasten eindelijk weer kunnen zien. Natuurlijk hoor ook ik over deze patiënten en ben ik dan op afstand heel blij voor hen én onze mensen. Van de week kreeg een van deze patiënten ook voor mij gezicht. Deze 69-jarige meneer had twee weken op de IC aan de beademing gelegen en ik sprak hem de dag voor zijn ontslag uit het ziekenhuis. Hij stemde enthousiast in om met me te spreken via beeldbellen en zo kon ik hem vragen hoe het nu met hem gaat.

Terug van vakantie

Hij was met zijn vrouw op vakantie geweest in Spanje. 'Ik denk dat ik het heb opgelopen in het vliegtuig. Er was een Engelsman aan boord die de hele tijd hoestte. Nadat we thuis kwamen werd ik heel snel heel ziek en moest ik naar het ziekenhuis. Ik heb van 20 maart tot 3 april op de IC gelegen. Van die hele periode weet ik niets meer en dat is ook goed. Ik ben alleen maar zo ontzettend blij dat ik het heb gered.'

Voor hen leef ik

Hij vertelde hij dat hij al veel meemaakte in zijn leven. Zo had hij na een hartinfarct al eerder op de IC gelegen en heeft hij een ICD-kastje, dat zijn hartritme herstelt zodra deze vermindert en zo een hartstilstand voorkomt. 'Dus toen dit gebeurde dacht ik: nu ben ik weer aan de beurt. Tegelijkertijd bleef en blijf ik ook nu positief. Want je moet wel vechten, je hebt er niet zelf voor gekozen.' Ik vroeg hem waar hij die kracht vandaan haalde. 'Dat zijn mijn vrouw, mijn kinderen en mijn kleinkinderen. Voor hen leef ik. Mijn vrouw is mijn grote steun en toeverlaat. En ik heb vijf kleinkinderen, jongens van 19 en meisjes van 17. Ik kijk er zo naar vooruit om ze straks weer in het echt te kunnen zien. Ik ben heel blij dat ik de kans krijg hen verder op te zien groeien.'

Geweldig en ontroerend

De dag voor ons gesprek had hij ‘s ochtends via beeldbellen voor het eerst weer contact gehad met zijn vrouw en ’s middags met zijn kinderen en kleinkinderen. 'Dat was geweldig. Om hen na dit alles weer te kunnen zien en te spreken.' De verpleegkundige die hierbij aanwezig was geweest, vertelde dat het voor zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen heel ontroerend was om hem nu weer te zien. 'De laatste keer dat ze hem hadden gezien was namelijk via beeldbellen tussen de verpleegkundige en de familie, toen hij op de IC lag, in slaap gehouden en aan de beademing. Het feit dat ze hem nu na twee weken weer zo konden zien, raakte hem, hen en ons diep.'

Jullie hebben mijn leven gered

Meneer vertelde me dat hij de artsen en verpleging zo ontzettend dankbaar is. Na elke paar zinnen riep hij vurig: ‘dank, dank, dank, dank!’ 'Jullie hebben mijn leven gered. Daar ben ik heel dankbaar voor. De verzorging is geweldig. Niets is teveel voor ze, wat ik ook vroeg en ze werken zo verschrikkelijk hard in deze moeilijke tijd. Ik dank jullie voor alles wat jullie voor me hebben gedaan.' Ik zei dat ik dat heel mooi vind om te horen. Dat ik dat zelf ook steeds tegen onze mensen zeg. Maar dat het ’t mooiste is om te horen van hem, omdat de zorg van onze mensen – in deze zware omstandigheden - draait om mensen zoals hij.

Ze zijn allemaal even lief

Hij had ondanks alles gelukkig zijn humor niet verloren. Zijn belangrijkste wapen, constateerde ik samen met hem. 'Ze zien er in die pakken allemaal hetzelfde uit, want je kunt niet zien wie wie is, het zijn net Donald Duckies. Maar daarmee zijn ze ook allemaal gelijk. Het maakt niet uit wie je aan je bed treft, ze zijn allemaal even lief.'

Ontroerend was ook dat hij me in alle eerlijkheid vertelde dat hij even boos was geworden op de fysiotherapeut. 'Want hij pushte me om door te zetten, maar mijn lijf wilde niet. Maar daar heb ik nu spijt van, want ze hebben gelijk. Ik moet het wel proberen om weer de oude te worden en ik ben nu blij dat ze het doen.'

Zult u heel zuinig op ze zijn?

Hij vroeg me aan het eind van ons gesprek nog twee dingen. Het eerste was of ik heel goed wilde zorgen voor ons personeel. 'Het is geweldig wat zij doen, het zijn echt helden in deze zware tijd. Wil je heel zuinig op ze zijn?'. Ik verzekerde hem dat we dat zeker - en juist ook nu - elke dag opnieuw zijn. Bij alles wat we kunnen doen. Door te zorgen voor de fysieke veiligheid van onze mensen met de juiste beschermingsmiddelen. En door te zorgen dat zij met ons buddysysteem en de inzet van medisch psychologen ook een luisterend oor vinden voor de heftige ervaringen waar zij nu mee te maken hebben en nog zullen krijgen. Het tweede was dat hij het fijn vond om met me te spreken en dat hij hoopte dat dit onder andere omstandigheden nog eens zou kunnen. Dat spraken we af: als hij straks thuis is en verder is hersteld, bel ik hem zeker om te horen hoe het dan met hem gaat! Deze meneer heb ik in mijn hart gesloten.

Mirjam van 't Veld, voorzitter raad van bestuur