Cookie voorkeuren instellen

Wij gebruiken voor deze website cookies. Een cookie is een klein bestand dat wij meesturen met pagina's van deze website. Uw browser slaat deze op uw apparaat op. Wij gebruiken deze cookies om www.geldersevallei.nl zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken.

Lees meer over ons cookiebeleid.

Helicobacter pylori diagnostiek: van antistof- naar antigeenbepaling

18 January 2018

In navolging van de richtlijnen wijst het medisch microbiologisch laboratorium er op dat het gebruik van helicobacter serologie als follow-up test na eradicatietherapie bij een Helicobacter pylori infectie niet langer geadviseerd wordt. De helicobacter antigeentest op feces is het geschikte alternatief voor het aantonen van actieve infectie. Hiermee sluiten we aan bij de huidige NHG-standaard maagklachten en de MaastrichtV/florence Consensus 2016.

Achtergrond

Voor het aantonen van een infectie met Helicobacter pylori als veroorzaker van maagklachten zijn er verschillende diagnostische strategieën. Tot de non-invasieve diagnostiek behoren onder andere de antistofbepaling in het bloed en de antigeenbepaling in de feces.
De prevalentie van helicobacter antistoffen in het bloed is afhankelijk van populatie, leeftijd en omgevingsfactoren. Het aantonen van antistoffen is niet bewijzend voor een actieve infectie en kan ook passen bij kolonisatie of een doorgemaakte infectie. Studies laten zien dat antistoffen jaren positief blijven, ook na eradicatie.

Diagnostiek advies

De NHG-standaard maagklachten geeft de voorkeur aan een antigeentest in feces (helicobacter  antigeentest) omdat dit bewijzend is voor een actuele infectie. De antigeentest kan fout negatief zijn bij het gebruik van protonpompremmers in de 2 weken tevoren en antibiotica in de 4 weken tevoren. De patiënt moet dus geïnstrueerd worden om medicatie te stoppen voor het afnemen van een fecesmonster. Een PPI kan worden vervangen door een H2-receptorantagonist, die één dag voor de test moet worden gestopt of door een antacidum, dat niet gestopt hoeft te worden.
De sensitiviteit van de antigeentest is ongeveer 80% en bij twijfel over de eradicatie moet de test herhaald worden op een nieuw monster.

Wat er verandert

De antistoftest op serum blijft beschikbaar voor patiënten waarbij het stoppen van de PPI niet mogelijk is. Wat verandert is dat we niet langer een uitspraak doen over het titer verloop bij een herhaalde bepaling. Een waarde van >1,1 U/ml wordt als positief gerapporteerd. De maximale waarde van de testuitslag is 8 IU/ml en een verschil in waarde van 40% daling werd voorheen als passend bij klaring van de infectie gezien mits dit tussen de 3,5 en 9 maanden herhaald was.

Bij vragen kan overlegd worden met de dienstdoende arts microbioloog via (0318) 43 56 17.



Nieuwsoverzicht
Suggesties?
Complementary Content
${loading}