Cookie voorkeuren instellen

Wij gebruiken voor deze website cookies. Een cookie is een klein bestand dat wij meesturen met pagina's van deze website. Uw browser slaat deze op uw apparaat op. Wij gebruiken deze cookies om www.geldersevallei.nl zo gebruiksvriendelijk mogelijk te maken.

Lees meer over ons cookiebeleid.

Medicatieoverdracht in de keten regio Gelderse Vallei

21 December 2018

Al langere tijd wordt in de regio Gelderse Vallei hard gewerkt aan het optimaliseren van de medicatieoverdracht in de keten. Er zijn per doelgroep werkinstructies opgesteld.

De werk- en stuurgroep ‘Overdracht in de keten’ bestaat uit deelnemers vanuit apotheken (regio en ziekenhuis), huisartsen, medisch specialisten, zorginstellingen en trombosedienst. Ook vindt afstemming plaats met Pro Persona.
Dit heeft al eerder geleid tot een convenant waarin de kernafspraken over de overdracht zijn opgenomen. Als vervolg hierop heeft de werkgroep ‘Overdracht in de keten’ per doelgroep vervolgafspraken ontwikkeld die concreet gaan bijdragen aan verbetering van de medicatieoverdracht.

Wat gaat de keten hiervan merken?

Een aantal vragen hierover zijn voorgelegd aan apotheker Bas Arents, huisarts Brenda Pekkeriet  en cardioloog Maurits van der Veen.

Aan Bas (als apotheker ook landelijk betrokken bij ontwikkelingen/vastleggen in medicatieoverdracht in de keten) vroegen we: Wat houdt voor jou (apotheker in Bennekom) de medicatieoverdracht in de keten in de regio Gelderse Vallei in?
Bas geeft aan dat ‘iedereen die medicatie voorschrijft de medicatiegegevens van de patiënt moet kunnen volgen. Voor mij als apotheker betekent dit het medicatiedossier zo compleet mogelijk houden. Dit is vooral technisch nog lastig omdat informatie erg versnipperd is. Het is ook een illusie dat de informatie helemaal compleet is, verificatie blijft daarnaast altijd nodig bijvoorbeeld door de apotheek. Ook wordt de rol van de patiënt hierin steeds belangrijker. Deze rol wordt door de patiënt vaak onderschat, men gaat er min of meer vanuit dat de gegevens al beschikbaar zijn.’

Brenda (huisarts) vult dit aan met: ‘ik wil meewerken aan het inzichtelijk maken en vervolgens op elkaar afstemmen van de processen die bij de medicatieoverdracht tussen verschillende zorgverleners een rol spelen. Dit is volgens mij erg belangrijk voor de patiëntveiligheid. Maar het vergroot ook de efficiëntie waarmee in de zorg gewerkt wordt en dit is voor alle betrokkenen plezierig.’

Maurits (cardioloog) geeft aan dat we grote stappen hebben gemaakt door verkregen inzicht in aflevergegevens van de openbare apotheek en we hebben daardoor een beter zicht op voorgeschreven en gebruikte medicatie.
Hij merkt dat de huidige systemen technisch nog niet in staat zijn alle informatie die van belang is, goed inzichtelijk te maken voor de verschillende gebruikers.

Dit komt ook, zo melden alle partijen, doordat digitaal nog niet dezelfde taal wordt gesproken, maar hieraan wordt wel hard gewerkt.

Wat leveren nu de gemaakte afspraken op
Brenda geeft het belang aan van het stroomlijnen van de processen tussen artsen en apothekers zodat er meer duidelijkheid ontstaat en er minder hoeft te worden nagebeld. 
Voor de patiënt is het van belang dat de arts op de hoogte is van de gebruikte en mogelijk in de tussentijd gewijzigde medicatie. Bijvoorbeeld dat de longarts weet dat de patiënt tussen 2 controles in, bij de huisarts is geweest en een prednisonkuur heeft gehad. Dit komt de kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid ten goede.
Bas vertelt dat dit veel oplevert, alle medicatiegegevens zijn zo ver mogelijk bekend. Er is meer bewustwording over verantwoordelijkheid en het nemen van de verantwoordelijkheid in het proces. Ook is het digitaal vastleggen van deze gegevens een belangrijke stap voorwaarts, dit is helaas nog wel afhankelijk van technische aanpassingen.

Maurits stelt dat het beheer van het LSP in handen is van apothekers en zij moeten goed voorzien worden van actuele medicatie en wijzigingen, wat discipline vraagt van specialisten en huisartsen.

Wat betekenen de werkinstructies medicatieoverdracht voor jullie in de dagelijkse werkzaamheden?
Brenda vertelt dat de huisartsen in Ede het al goed geregeld hebben, door de directe koppeling met de apotheken. ‘De apotheken bevragen ’s nachts het LSP, dus is het medicatieoverzicht dat wij in de computer zien altijd vrijwel up to date. Voor onze werkzaamheden als huisarts zelf betekent dit, dat wij ook bij wijzigingen in de dosering, dit per keer in het HIS verwerken en ook stoprecepten maken’ aldus Brenda.

Bas vult daarbij aan dat in de huidige situatie nog veel via de fax wordt uitgewisseld, dit levert voor de apotheek nog het nodige herstelwerk op. Als er volgens de nieuwe medicatiestandaard 9.x gewerkt gaat worden is de fax een gepasseerd station en kan alles digitaal worden verwerkt. Dit levert een ketenoverdracht op met eenheid van taal waardoor herstelwerkzaamheden zullen afnemen en medicatieoverdracht eenduidig en veiliger zal zijn.

Maurits is er van overtuigd dat de overdracht zeker nog kan worden verbeterd door meer digitale ondersteuning van het proces, waarbij de informatie over de medicatie actueler wordt. Juist het feit dat nu informatie kan worden gemist doordat systemen niet goed op elkaar aansluiten, kan een risico in de overdracht van gegevens opleveren. Het is daarom ook goed de werkinstructies steeds aan te passen aan de technische mogelijkheden. Verder wordt in ZGV gewerkt aan verbeterde standaardisering van overdracht van medicatievoorschriften bij ontslag wat tot minder onduidelijkheden gaat leiden naar apotheek en patiënt.

Wat zijn volgens jullie nog gewenste ontwikkelingen in de overdracht van medicatie in de keten die nu nog niet zijn opgenomen in de werkinstructies?
Bas vindt de ontwikkeling naar medicatieproces 9.x een zeer belangrijke ontwikkeling naar eenheid van taal in de keten. Bas: ‘In mijn optiek gaat dit leiden tot het uitbannen van de fax in de medicatieoverdracht. Ook heel belangrijk is de rol van de patiënt, die krijgt in deze ontwikkeling in medicatieoverdracht een duidelijker rol. De patiënt moet in deze ontwikkeling wel worden meegenomen.’

Brenda: ‘Het zou goed zijn dat ook medicatie die wordt verstrekt door externe/internet apothekers in het LSP terecht komt, zodat we ook op de hoogte zijn van de medicatie die bijvoorbeeld de Bergmankliniek voorschrijft en de medicatie die via internet wordt besteld en geleverd. Nu is dit niet het geval. Maar ook vice versa, dat deze apotheken weten wat patiënten bij andere apotheken hebben opgehaald en dat er ook door de externe/internet apotheken medicatiecontrole wordt uitgevoerd.’

Maurits meent ook dat het delen van informatie op het LSP verder moet gaan dan de huidige afleverinformatie. De ontwikkeling hierin kan niet snel genoeg gaan waardoor voorschrijvers en apothekers beter geïnformeerd zijn over het medicatiegebruik.
De rol van de patiënt blijft natuurlijk ook van groot belang, het is daarom heel fijn dat het opt-in percentage in de regio Gelderse Vallei nog steeds stijgt.

Iedereen is het er wel over eens dat belangrijke stappen zijn gezet maar dat het van belang is de overdracht in de keten steeds verder te optimaliseren waarbij een aantal factoren van belang zijn:
  1. De patiënt en zijn regie in medicatiegebruik en het delen van informatie met zorgverleners.
  2. De voorschrijvers en apotheken om met elkaar dezelfde taal te spreken waardoor de medicatieoverdracht kan worden verbeterd.
  3. De digitale ondersteuning in deze processen, zonder deze ondersteuning blijft de medicatieoverdracht lastig en moeizaam verlopen.
Nieuwsoverzicht
Suggesties?
Complementary Content
${loading}