Atriumfibrilleren en NOACS

12 september 2014

Deze patiënten worden hierbij uiteraard wel door de poli cardio begeleid. De nieuwe middelen worden NOACS (nieuwe orale anticoagulantia) of DOACS (directe orale anticoagulantia) genoemd. Zij vormen een nieuwe klasse antitrombotica.

Sinds 2 jaar kunnen patiënten met atriumfibrilleren die een indicatie hebben voor antistolling behandeld worden met middelen waarbij controle van de trombosedienst niet meer nodig is. Deze patiënten worden hierbij uiteraard wel door de poli cardio begeleid.

De nieuwe middelen worden NOACS (nieuwe orale anticoagulantia) of DOACS (directe orale anticoagulantia) genoemd. Zij vormen een nieuwe klasse antitrombotica.
De drie geregistreerde NOACs zijn de trombineremmer Dabigatran en de factor-Xaremmers
Apixaban en Rivaroxaban. De NOACs worden in een vaste dosering voorgeschreven en er zijn geen routine laboratoriumcontroles nodig.

Minstens zo effectief

Er is bij deze middelen onderzoek gedaan naar de effectiviteit en veiligheid bij de behandeling van mensen met hartritmestoornissen (boezemfibrillatie of atriumfibrillatie) om een beroerte te voorkomen. Hierbij werd steeds een vergelijking gemaakt met de vitamine K antagonisten (Fenprocoumon en Acencoumarol). De resultaten van de diverse onderzoeken zijn gunstig, de nieuwe middelen zijn tenminste net zo effectief en mogelijk zelfs effectiever in het voorkomen van een CVA.

Stollingscontrole niet nodig

De nieuwe orale anticoagulantia (Dabigatran, Rivaroxaban en Apixaban) hebben het voordeel dat er minder invloed is van eetgewoonten (dieet) en van het gebruik van andere medicijnen. Om deze reden is het niet nodig de antistolling te controleren.

Voordelen van de NOAC’s zijn naast bovenstaande positieve effecten, de vaste dosering en de voorspelbaarheid van het effect, waardoor stollingscontrole zoals bij de VKA’s niet nodig is.
Nadeel is dat een specifiek antidotum tegen de NOAC’s nog niet beschikbaar is, echter de halfwaardetijd van de NOACS is beduidend korter dan die van de VKA’s , waardoor sneller herstel van de normale stollingstijd van het bloed ontstaat.
De kans op ernstige bloedingen is bij gebruik van NOACS ook lager.

Registratie complicaties en bijwerkingen

De NOACS zijn een nieuwe klasse medicijnen waarmee vooralsnog weinig tot geen ervaring is
opgebouwd bij gebruik in de dagelijkse praktijk. De onderzoeken worden gedaan bij relatief gezonde mensen met weinig comorbiditeit.
Goede registratie van complicaties en bijwerkingen en begeleiding en instructie is dan ook noodzakelijk.
Daarom worden, in samenwerking met de trombosedienst, de NOAC gebruikers geregistreerd in het bestand van de trombosedienst. Na een half jaar worden de patiënten door hen telefonisch benaderd en worden vragen gesteld over therapietrouw, gebruiksgemak, bijwerkingen en eventuele complicaties.

NOAC-poli

Patiënten die starten met een NOAC kunnen door de cardioloog worden verwezen naar de NOAC-poli, waar de verpleegkundig specialist uitleg geeft over atriumfibrilleren en NOACS en de therapietrouw beoordeelt. Verdere controle volgt na 3 maanden en 1 jaar met daarbij Hb- en nierfunctiecontrole. De verpleegkundig specialist is voor eventuele vragen of het melden van bijwerkingen of complicaties telefonisch bereikbaar. (Jeanine Zimmerman (0318) 43 56 86 op maandag, dinsdag, woensdag, afwisselend op donderdag en vrijdag).

Nieuwsoverzicht
Suggesties?
Complementary Content
${loading}

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid